Hormuz, een nieuwe Pearl Harbor?

Geschreven op: January 13th, 2012 | | Tuur Demeester | Categorie: economie | Geen reacties »

Woensdag werd in Iran opnieuw een kernfysicus vermoord met een autobom. De Iraanse overheid beschuldigt Israël ervan achter de aanslag te zitten.

Dit zou het begin van een oorlog kunnen worden. Herinner je dat de Eerste Wereldoorlog begon met de politieke moord op aartshertog Frans Ferdinant.

Het nieuws van de aanslag kwam dagen nadat Iran aankondigde dat ze een volledig operationele uranium-verrijkingscentrale heeft onder in een berg (onmogelijk stuk te bombarderen), waarbij het Internationaal Atoomgezelschap ook meldde dat het land nu hoogverrijkt uranium voor kernbommen kan produceren.

De V.S. en Israël zijn als de dood voor een Iraans kernwapen, dat is de verhaallijn die we steeds te lezen krijgen.

En de dreiging is inderdaad niet onbenullig: Door bijvoorbeeld vanaf een boot een relatief klein kernbommetje hoog in de atmosfeer boven Israël of de V.S. te lanceren, zou Iran de electriciteit in een zeer groot gebied kunnen laten uitvallen, waardoor het voedsel-, en energieproductie er ogenblikkelijk zou stilvallen, en waardoor de daar aanwezige kerncentrales in de problemen zouden komen. Het principe heet electromagnetic pulse, en wordt de laatste maanden en jaren druk bediscussieerd in allerlei overheidskringen.*

Niet iedereen is er zo van overtuigd dat Iran aan aan een kernwapen werkt. Zo zei Mohamed ElBaradei, die 12 jaar lang aan het hoofd stond van het Internationaal atoomenergieagentschap, in een recent interview:

“Gedurende mijn tijd bij het agentschap hebben we geen kruimel bewijs gezien dat Iran … aan nucleaire wapens zou bouwen.” .

In zijn memoires voegde hij daaraan toe:

“Mijn beste interpretatie is dat het Iraanse nucleaire programma, inclusief de verrijking van uranium, een middel tot een doel is voor Iran. Teheran wil gezien worden als een regionale macht. De erkenning daarvan is volgens hen gelinkt aan het op gelijke hoogte komen met het westen. Zelfs als het niet de bedoeling is om nucleaire wapens te ontwikkelen, dan stuurt de succesvolle ontwikkeling van nucleaire brandstof een signaal van macht naar de buren van Iran en naar de wereld, wat een soort van verzekering biedt tegen aanvallen.”**

Goed, de dreiging van een atoombom is de ene kant van het verhaal. De andere kant wordt minder belicht. Het is een verhaal van een land dat al een hele tijd richting het isolement en de armoede gedreven wordt.

Als je dat verhaal kent, wordt het veel aannemelijker om te zien hoe Iran haar ‘domme’ dreigementen over een blokkade van de Straat van Hormuz (waar 11% van de globale olieproductie passeert) wel eens in werkelijkheid zou kunnen omzetten. Met grote gevolgen voor de wereld, en met grote gevolgen voor de markten.

Laten we even terug kijken in de geschiedenis, om een voorbeeld te bekijken van hoe oorlogen ontstaan.

Hoe begin ik een oorlog: drijf je vijand tot de wanhoop

Ik stootte een tijdje terug op een interessant boek, dat me de situatie van Iran beter heeft doen begrijpen. De titel is ‘Bankrupting the Enemy‘.

Dit boek beschrijft de politieke en economische relaties tussen de V.S. en Japan in de jaren voor en ook tijdens de Tweede Wereldoorlog. Opmerkelijk genoeg zijn er heel wat parallellen met wat in Iran gebeurt vandaag.

Wat me extra bevalt aan ‘Bankrupting the Enemy’ is dat niet geschreven is door een historicus. Van economie hebben die immers meestal niet veel kaas gegeten. Auteur Edward S. Miller was in een voormalig leven Chief Financial Officer van een fortune 500 bedrijf. Hij weet dus wel één of twee dingen over hoe het bedrijfsleven werkt en hoe de overheid er in kan ingrijpen.

Japan toen

In de jaren 1930 wilde Japan haar imperium uitbreiden, en vocht daarom een bloedige oorlog uit met China en Indochina.

Daar wilde Roosevelt een stokje voor steken, en het was niet moeilijk om de gevoelige plekken van het land te vinden. Japan was toen immers economisch afhankelijk van de Verenigde Staten, als exportmarkt voor in hoofdzaak zijde. Ook importeerden de Japanners een 80% van wat ze jaarlijks aan olie verbruikten rechtstreeks uit de V.S..

De Amerikaanse overheid besloot dan maar om Japan te boycotten door torenhoge exporttaksen (soms tot 800%!) te laten heffen, eerst op producten nodig voor oorlogsvoering, maar later op bijna alles dat richting Japan moest, inclusief voedsel en medicijnen.

Ook Japanse producten werden geboycot. Bovendien kelderde ten tijde van de Grote Depressie de prijs van ruwe zijde met 75%, en drukte de komst van nylon in 1939 heel wat zijdeproducten uit de markt. Dit veroorzaakte gigantische pijn bij Japanse ondernemers. Toch werd voor de Japanese overheid dit alles nog behoorlijk gecompenseerd doordat het leger grondstoffen in beslag nam in de gebieden die het veroverd had.

Het was echter niet de belastingsoorlog die Japan uiteindelijk echt wanhopig maakte. De echte uppercut was de beruchte ‘dollar freeze’: door de Japanse dollars en het Japanse goud in de V.S. te bevriezen, draaide Roosevelt effectief de economische zuurstofkraan dicht voor het land.

Waarom was die dollar zo belangrijk? Wel, door de conflicten en oorlogen in Europa was het goud van de centrale banken naar veiliger oorden gestuurd, met name naar de Verenigde Staten. Onder meer daardoor was de dollar de absolute wereldreservemunt geworden: banken kochten dollars, die ‘zo goed als goud’ waren, en gebruikten dat als onderpand voor al hun activiteiten. Bovendien waren door de chaos in Europa heel wat strategische materialen enkel in de V.S. te krijgen.

Kortom, als je internationale handel wilde drijven, had je dollars nodig. Zonder toegang tot de dollar dreigde Japan een paria te worden.

Toch was het precies die blokkade die Roosevelt in 1941 oprichtte: de 160 miljoen dollar (equivalent van 142 ton goud) die Japan in New York aanhield werden bijna volledig bevroren. Ook werd Japan haar Amerikaanse olie geweigerd, en de V.S. moedigde Nederlands Oost-Indië aan om ook daar de oliekraan dicht te draaien. De yen zonk weg in een diepe inflatie, en de Japanse bevolking leidde honger.

De spreekwoordelijke druppel was de Amerikaanse eis dat Japan zich volledig zou terugtrekken uit China en Indochina, enkel als dat zou gebeuren was de V.S. bereid om Japan opnieuw toegang tot de dollar te geven.

Nu de status quo toch alleen maar ellende leek te brengen, besloot de Japanse overheid om om zich aan een vervaarlijke gok te wagen: op 7 december 1941 stuurde ze zes vliegdekschepen met 353 gevechtsvliegtuigen richting de Amerikaanse legerbasis in Pearl Harbor. De rest is geschiedenis.

Samengevat: de belangrijkste reden waarom Japan uiteindelijk een aanval op de V.S. pleegde (zonder deze te willen goedpraten), was de jarenlange economische boycot, en ook de ‘dollar freeze’ die de Japanse economie lamlegde.

Iran vandaag

Vandaag lijkt het alsof we terug in de jaren 1930 zijn aanbeland. Overal in de wereld zien we grote economische onrust, we zien wankelende banken en stijgende inflatie. De BRIC-landen winnen aan economische macht, terwijl de westerse mogendheden zienderogen verzwakken. Een herschikking van het machtsevenwicht in de wereld is in de maak. Vraag is of dat zal lukken zonder geweld.

In die wereld is Iran een land dat steeds meer geïsoleerd wordt. Zowel de EU als de V.S. hebben reeds zeer verregaande economische sancties tegen Iran ingevoerd.

Eind december tekende Obama een wet waarin staat dat de V.S. iedere financiële samenwerking weigert met bedrijven die zaken doen met de Centrale Bank van Iran – met andere woorden, bedrijven die olie willen kopen aan Iran wordt het leven buitengewoon zuur gemaakt.

De gevolgen zijn diepgaand. Immers, de Amerikaanse dollar mag dan wel niet meer zo sterk zijn als ze was eind de jaren 1930, de dollarmarkten zijn wel nog steeds de grootste en belangrijkste ter wereld.

Het effect van de nieuwe ‘dollar freeze’ die vorige maand van start ging, was onmiddellijk merkbaar in Iran; op de straat is de waarde van de Rial daar op korte tijd met meer dan 60% gevallen, zo stelt onder meer Reuters. Ook de eerdere economische sancties eisen hun tol. In 2010 moest Iran bijvoorbeeld Amerikaans graan invoeren wegens de slechte oogsten, iets wat het met de grootste tegenzin deed, en een van de weinige dingen die het wel nog mag met de V.S..

En de effecten van de Iran-boycot blijven niet lokaal – ze gaan de wereld rond. Zo raken Indische olieraffinaderijen nu in financiële moeilijkheden omdat ze moeite hebben om banken te vinden die de betalingen aan Iran voor hen willen regelen. Het vooruitzicht op duurdere olie doet de roepie dalen in waarde. (zie bloomberg)

Alsof dat alles nog niet genoegd was, heeft Amerikaans minister van financiën Timothy Geithner het lef om nu ook nog eens te gaan aankloppen in China en Japan: of ze daar niet ook kunnen ophouden met Iraanse olie te kopen?

China koopt 2,6 miljoen vaten olie per dag aan van Iran. Dat is drie procent van de globale olieproductie. China kan dat heus niet zomaar ergens anders vandaan toveren.

Woelige tijden, what’s next?

Het machtsspel dat gaande is in Iran en het Midden-oosten is een gevaarlijk spel. Er zit veel geld en macht geconcentreerd in die gebieden, en zowel het oosten (China & vrienden) als het westen (V.S. en vrienden) willen hun deel van de koek.

In de tweede week van januari waren weer nieuwe oorlogsschepen te zien in het Midden-Oosten: schepen van Amerikaanse, Russische, Franse, en Britse afkomst stationeren zich voor de Syrische en Iraanse kusten. (bron)

Iran wordt steeds verder in de hoek gedreven, zo lijkt het, en de waarschijnlijkheid op een militaire actie wordt daardoor des te hoger.

Toen gisteren het bericht werd rondgestuurd dat Europa zijn olieboycot van Iran wellicht 6 maanden zal uitstellen, haalde de wereld opgelucht adem. De olieprijs daalde prompt met 2%. Een overwinning voor Iran, maar voor hoe lang?

Niet te vergeten is immers dat ook de Amerikaanse overheid zo langzaamaan richting de wanhoop drijft, want steeds meer landen verklaren de onafhankelijkheid tegenover de dollar in onderlinge handel (onlangs nog Rusland en Iran, eerder China en Japan). Als de papieren dollar haar status als wereldmunt verliest, ligt hoge inflatie en economische chaos daar om de hoek, gezien de oceaan aan overzeese dollar-obligaties die liggen te wachten om gedumpt te worden.

En welk middel om de aandacht af te leiden van de spoken in je eigen kast is beter dan het creëren van nieuwe vijand, een nieuwe zondebok ? De V.S. heeft plannen om 100 extra ziekenhuizen en medische centra te bouwen in Georgië, een project van $5 miljard. Liefdadigheid, of voorbereiden op oorlog?

De situatie in Iran van vandaag is niet zo heel verschillend als die van Japan tachtig jaar geleden. En als Iran het Japan van de jaren 1930 is, dan zou de Straat van Hormuz wel eens een nieuwe Pearl Harbor kunnen worden.

Conclusie

Als het werkelijk tot een gewapend conflict komt met Iran, zal dat de olieprijs tot ongekende hoogten omhoog stuwen. De daaropvolgende paniek kan de fatale windstoot worden die het vermolmde westerse banksysteem doet omwaaien.

Wie bij zo’n conflict uit de wind wil zitten, zal mijns inziens een veilige haven vinden in fysiek goud, fysiek zilver, en landbouwgrond ver buiten de conflictzone.

*Zie hier voor het verslag van de Amerikaanse ‘Commission to Assess the Threat to the United States from Electromagnetic Pulst (EMP) Attack. Hier vind je een vermelding tijdens een tweedekamerdebat in 2010.

**Bron: Seymour M. Hersh: Iran and the Bomb, 6 juni 2011.


Reageer met je Facebook-account:

Laat een reactie achter