De opkomst en de val van een economie gebeurt al eeuwen. Er zijn vele voorbeelden die de Europese crisis voorafgaan en er zullen er nog vele volgen. Politici leren nu eenmaal niet uit het verleden en denken altijd dat het deze keer anders zal verlopen. Maar de opkomst en de val van een economie gebeurt toch volgens een vast patroon.
In het begin stijgt de welvaart van een natie op basis van gezonde principes en hard werk van generaties die bereid zijn te werken voor hun geld. Na verloop van tijd echter, wordt de groeiende welvaart een natuurlijk proces, een zekerheid, een gewoonte, een vanzelfsprekendheid in plaats van een doel waarvoor men hard moet werken om dit te bereiken.
Hierop begint de natie boven zijn stand te leven om het welvaartsniveau te behouden zonder hard te moeten werken. Toekomstige inkomsten worden vandaag al verbruikt in de veronderstelling dat het groeitempo wel aanhoudt of zelfs versterkt.
Boven de stand leven wordt op den duur onhoudbaar. Dan begint de regering langzaamaan de munt te devalueren om de schijn van welvaart hoog te houden. Na verloop van tijd versnelt de devaluatie tot de markten dit doorkrijgen en wakker schieten. Een financiële crisis is het gevolg. De crisis probeert men te bezweren met hogere belastingen en forse besparingen die de productiviteit van de economie verder onderuit haalt.
De bevolking wil zijn vermogen veiligstellen en het geld verlaat in versnelt tempo het land. De overheid wil nog meer zijn stempel drukken en alles onder controle houden. Het stelt beperkingen in op geldafnames over –transfers, grenscontroles en prijscontroles.
Ten slotte revolteert de bevolking, capitulatie en een failliete overheid besluiten het einde. Het systeem reset zichzelf en alles begint weer opnieuw.
Zo ging het in het Romeinse Rijk, in het Ottomaanse Rijk en zo zal het gebeuren in het Westerste “Rijk”, tenzij Europa een ‘deus ex machina’ moment beleeft.
Bron: Sovereignman
