Na een correctie van 30 % sinds de piek van maart heeft de olieprijs zich weer hersteld van onder de $ 90 tot rond de $ 100. Maar de fundamenten rond de olieprijs wijzen op een verdere daling.
De vraag naar olie in de industriële wereld vertraagd snel door de aanhoudende economische malaise in Europa en de Amerikaanse economie die zich in een Muddle Trough fase bevindt, zoals John Mauldin het noemt. Ook in China daalt de vraag. Deze lag in april al 2/3e lager dan het gemiddelde van het eerste kwartaal.
Langs de aanbodzijde is er geen probleem. Amerikaanse olieproductie staat op het hoogste niveau sinds juli 1990. De OPEC productie staat op het hoogste niveau in 4 jaar nu de olieproductie in Libië terug op gang komt. Ook in Saoedi-Arabië staat de productie op het hoogste punt in 30 jaar.
Er blijft natuurlijk de dreiging uit Iran, maar indien ze werkelijk de Straat van Hormuz zouden platleggen, zou dit militair, economisch en politieke zelfmoord zijn. De kans is dus groot dat het enkel bij een dreiging zal blijven.
De vraag is dus, welke invloed hebben lagere prijzen op de economie. Normaal gezien geven lagere olieprijzen meer zuurstof aan de economie. Maar de consumenten zijn vandaag eerder geneigd om te sparen of hun schulden af te betalen met het vrijgekomen budget. Centrale banken zijn ook niet geneigd om een nieuw rondje quantitative easing door te voeren omdat dit weinig effect zal hebben.
Bron: Moneyweek
