België: Hoe Diep ‘in de Shit’?
Het populairste artikel van Trends in 2010 was het interview met ondernemer Jos Vaessen, waarin hij stelt:
We zitten echt diep in de shit. En ik vind het verschrikkelijk dat er zo weinig mensen zijn die zich dat realiseren. De subsantiële achteruitgang van de Belgische waarheid is volop bezig.
Laten we even kijken hoe groot het probleem van België werkelijk is:
1. Staatsschuld
De Belgische staatsschuld bedraagt vandaag 327 miljard euro, zo’n 77000 euro per werkende Belg, oftewel bijna 100% van het Bruto Binnenlands Produkt. Een artikel uit De Standaard van 2005 legt uit waarom dit een groot probleem is:
Over vijf jaar zijn we een normaal Europees land. …[Een staatsschuld van] 60% van het BBP tegen 2010. Wat zat er achter die datum 2010? Rond die tijd (wellicht in ons land vanaf 2013) beginnen de uitgaven die voortvloeien uit de vergrijzing (gezondheidszorg, pensioenen), fors toe te nemen.
Het Belgisch wettelijk systeem is zo georganiseerd dat de kosten ervan toenemen naarmate meer mensen met pensioen gaan en naarmate meer mensen werkloos worden. Daar staan we vandaag. In beide scenario’s dalen bovendien de belastingsinkomsten, wat de schuldopbouw nog verder versnelt. Als de schuld te hoog wordt, neemt op een gegeven moment de geldstroom uit het buitenland af, en slaat de crisis toe. België bevindt zich volgens ons heel dicht bij dit punt.
2. Rentevoeten op de staatsschuld
Maar het stopt niet bij een hoge staatsschuld. Op die schuld moeten interesten worden uitbetaald. Voorbije dinsdag stond de rente voor tienjarige staatsobligaties op 4,3%, een zucht verwijderd van de rente op Ierse staatsobligaties (4,4%) tien maand geleden, of Griekse staatsobligaties (4,4%) vier maanden geleden.
De staatsschuld van een land is beperkt door de goodwill van binnen- en buitenlandse investeerders. Als die beginnen te aarzelen om geld op te hoesten, begint een neerwaartse schuldenspiraal. De geldschieters eisen dan namelijk hogere interesten om hun risico te compenseren. Dat leidt tot een verdere stijging van de schulden, wat op zijn beurt leidt tot verdere stijgingen van de rentevoeten.
De ultieme en historisch vaakst gebruikte oplossing voor een excessieve staatsschuld is het devalueren van het geld—hoe meer het geld daalt in waarde, hoe meer de schuld daalt in waarde.
Deze oude truc werd ook al in België toegepast. Zo lezen we in de memoires van Willy De Clercq over de financiële situatie van België in de vroege jaren 1980:
De situatie was zo dramatisch dat drastische ingrepen noodzakelijk waren. Fons Verplaetse, die voordien zijn sporen had verdiend op de studiedienst van de Nationale Bank, rekende voor dat rigoureuze besparingsmaatregelen zich opdrongen. Er moest ‘iets strafs’ gebeuren, zo meende iedereen. Snel was duidelijk dat een devaluatie de beste uitkomst bood.”
In februari 1982 werd de Belgische frank inderdaad met 8,5% gedevalueerd.
Deze truc kan vandaag niet meer worden toegepast, omdat België geen macht heeft over de euro. Dus wordt er steeds maar meer geld geleend, waardoor buitenlandse financiële en politieke instellingen steeds meer macht krijgen over de interne Belgische keuken. Zo wordt de berg staatsobligaties in plaats van een motor die het land vooruit stuwen, een molensteen om de nek dat het land de diepte in sleurt—zoals eerder in bv. Argentinië gebeurde.
3. Begrotingstekort
Het begrotingstekort is het verschil tussen wat binnenkomt en wat buitengaat bij de staat. Dit tekort is de olie op het vuur van de staatsschuld, want het wordt gefinancierd door het uitgeven van staatsobligaties (kasbons).
Momenteel bedraagt het begrotingstekort ongeveer 20,3 miljard euro, oftewel 6% van het BBP (bron).
De reden waarom dit tekort nog relatief klein is, en waarom België nog niet failliet is gegaan zoals IJsland (dat overigens nog enigzins gered werd door het IMF en de EU), is omdat dit land onder de paraplu van de Euro zit en beroep kan doen op de ECB en de private banken om met uit het niets gemaakte euro’s nieuwe staatsschuld op te kopen. Mocht ook de Federal Reserve geen tientallen miljarden geleend hebben aan de Belgische banken in 2008, dan zou het begrotingsplaatje er vandaag er volledig anders hebben uitgezien.
4. De Banken
In een omgeving waarin banken niet failliet mogen gaan, is het essentieel te weten hoe het gesteld is met de (in)stabiliteit van de financiële instellingen. Als het faillissement van één ervan dreigt, zal de staatsschuld immers met sprongen omhoog gaan.
Na de kaalslag in 2008, telt België vandaag nog twee grote banken, KBC en Dexia, en ook verzekeraar Ageas (ex-Fortis). De totale passiva van KBC bedroegen vorig jaar bijna 310 miljard euro. De totale passiva (betalingsverplichtingen) van Dexia klokten vorig jaar af op 587 miljard euro, en Ageas heeft tegoed openstaan van 92,8 miljard euro. Een nieuwe bankencrisis en een daaropvolgende nationalisering van de drie grootbanken (niet ondenkbaar, cf. Ierland), zou met andere woorden tot een verviervoudiging van de Belgische staatsschuld kunnen leiden.
Dat brengt ons bij de vraag: hoe kwetsbaar zijn de Belgische banken?
Voor we verdergaan is het goed te beseffen dat een obligatie niet meer is dan een claim op papiergeld. Als dit papiergeld sterk daalt in waarde (cf. IJslandse Krona), of als de rente op de obligatie snel stijgt (cf. Griekenland), dan kan de de waarde van de obligatie in een paar dagen tijd gedecimeerd worden of de obligatie kan zelfs volstrekt waardeloos worden.
Dexia heeft in totaal voor 114 miljard euro obligaties in portefeuille, waarvan 58 miljard euro Europese staatsobligaties zijn. De bank staat voor meer dan 17 miljard euro blootgesteld aan Italiaanse staatsobligaties, voor bijna 8 miljard euro aan Belgische, en voor nog eens 8 miljard euro aan Griekse, Portugese, en Spaanse staatsobligaties (bron 1 en 2). Als er iets fout loopt in de obligatiemarkten, of met de koers van haar eigen aandeel, dan zal Dexia snel beroep moeten doen op de overheid of op de centrale banken. Zoals in 2009, toen ze 53 miljard dollar geleend kreeg van de Federal Reserve.De reden van Dexia’s zwakte is onder meer dat ze 125 miljard euro aan betalingsverplichtingen (in de vorm van leningen en deposito’s) heeft aan haar klanten, en daar slechts 2,3 miljard euro cash tegenover staan heeft.
KBC op haar beurt, heeft in totaal voor 50 miljard aan Europese staatsobligaties in portefeuille. De bank staat voor bijna 22 miljard blootgesteld aan Belgische staatsobligaties, en voor 9 miljard euro aan Italiaanse, Spaanse, Griekse en Ierse staatsobligaties (bron). Ook hier hetzelfde verhaal: als de obligatiemarkten van de Eurolanden verder crashen, kan de bank snel beginnen wankelen, want ze moet enerzijds 198 miljard aan deposito’s en leningen vrijwel te allen tijde beschikbaar hebben, en anderzijds heeft ze slechts 6,7 miljard euro cash bij de hand (bron).
Ageas tenslotte, is een verzekeraar die een vermogen heeft van 92,8 miljard euro, waarvan de meerderheid obligaties zijn. We noteren 8,5 miljard PIIGS-obligaties, en nog eens 10,3 miljard Belgische staatsobligaties. Van de bedrijfsobligaties zijn 5,5 miljard overheidsgerelateerd, en 8,9 miljard uitgegeven door de wankele financiële sector. De grootste Belgische verzekeraar houdt er met andere woorden een bijzonder gevaarlijke en onstabiele portefeuille op na.
Gezien dat de staatsobligaties beginnen te crashen (wat wij in 2009 voorspeld hebben), is het niet verwonderlijk dat de aandelenkoersen van bovenvernoemde banken wegzakken. Een nieuwe bailout- en nationaliseringsronde van banken is voor 2011 zeker niet ondenkbaar.

5. De pensioenen
België heeft niet veel private pensioenfondsen, omdat er sedert de jaren 1950 heel veel door de staat beloofd werd. De door de staat beloofde pensioenen zijn echter niet afkomstig van een grote spaarpot, nee, die worden betaald met een repartitiesysteem, wat betekent dat de mensen die nu werken via hun belastingen de pensioenen bekostigen die hetzelfde jaar nog worden uitbetaald. Een zeer onstabiel systeem dat alleen kan werken als er ieder jaar méér mensen de arbeidsmarkt invloeien en belastingbetalers worden. België kent een omgekeerde tendens.
Het gevolg van dit systeem is dat eens de staat moet besparen, er ook in de pensioenen wordt gesneden (zoals recentelijk in Hongarije gebeurde). Veel mensen zien die bui hangen, en investeren daarom in een privaat aanvullend pensioen. Daarmee is hun pensioen echter allesbehalve veiliggesteld, want de Belgische ‘tweede pijler’-pensioenfondsen zijn liefst voor 51% in obligaties geïnvesteerd, en ook nog eens 37% in de nu zeer gevaarlijke aandelenmarkten (waar vandaag de dag maar een paar specifieke sectoren veilig zijn).
En het veelbesproken zilverfonds dan? Dat is helaas een lege doos, gevuld met Belgische staatsobligaties. Voor een bespreking van deze mislukking, zie het artikel van Frank van Dun: “Vanop deze piramide kijken veertig jaren van wanbeleid op u neer“.
Besluit
De economische vooruitzichten voor België zijn bijzonder slecht, het moet gezegd. De redenen hiervoor zijn een huizenhoge staatsschuld, stijgende rentevoeten op die staatsschuld, stijgende begrotingstekorten, wankele banken, en onbestaande/onvoldoende gedekte pensioenfondsen. En dan hebben we het nog niet gehad over de onzekere toekomst van het onderwijs en de gezondheidszorg die volledig door de staat bekostigd worden, of het sterk van de staat afhankelijke vervoersnet (NMBS, De Lijn).
Op een gegeven moment in de nabije toekomst zal België opnieuw met de pet rondgaan en om geld bedelen in het buitenland, en dan zal de ECB, of de Europese Commissie, of het IMF, eisen dat er grondige besparingen worden doorgevoerd. Wat zal volgen is hetzelfde als wat we zagen in Griekenland, Ierland, en het Verenigd Koninkrijk. Het begin van de Grote Recessie en het klappen van de huizenzeepbel.
Maar daarmee is de kous niet af. De eurozone kan niet blijven euro’s printen zonder ernstige gevolgen. De tekorten zullen op Europese schaal verder de pan uit swingen — ze zijn nu reeds hoger dan in het USSR van 1987, vier jaar voor haar implosie in 1991 — en daarmee zal ook het geld printen tot ongekende hoogtes stijgen. Tot de eurozone uit elkaar valt en de hyperinflatoire crisis als een almachtige delete-knop alle schulden in één keer van tafel veegt.
In het vooruitzicht liggen, in lijn met de historische precedenten, invoering van nieuwe belastingen (zie bijvoorbeeld de recente Nederlandse belastingsverhoging op zilveren munten, van 6% naar 19% — ook bv. vastgoed komt aan de beurt), het klappen van de huizenzeepbel, een crash van de staatsobligaties, politieke desintegratie, en hoge tot zeer hoge inflatie.
Gelukkig kan men zich tegen deze ellende beschermen door eenvoudigweg uit het financiële systeem te stappen en te investeren in tastbaar geld en tastbare bedrijven die tastbare diensten leveren. De toekomst is aan zij die de stap zetten, weg van een virtuele economie vol luchtkastelen en vage woorden, naar een economie (= huishouden) van echte goederen en echte diensten.
Om u daarbij te helpen, organiseren we op 1 maart het congres ‘Het Spook van Hyperinflatie‘, waar drie sprekers van wereldklasse dieper ingaan op welke sectoren gevaarlijk worden en welke het bijzonder goed zullen doen in de maanden en jaren die komen, en nog veel meer.
–
> verschenen op www.goldonomic.be
De Euro, vergiftigd medicijn
Waar nieuwe euro’s vandaan komen, en waarom de PIIGS-landen tussen hamer en aambeeld zitten.

Er is een nieuw reddingsfonds voor de eurozone in de maak. Het zou beschikken over een ‘ongelimiteerde financieringscapaciteit’.
Dat zou ik ook wel willen, zo’n fonds. Het klinkt als een ‘ezeltje-strek-je’!
Het geld voor zo’n fonds komt is niet afkomstig van een grote verborgen schatkist, maar wordt eenvoudigweg uit het niets bijgemaakt.
Ik praat wel eens met een bankier of een ambtenaar, en die reageren vaak ongelovig als ik stel dat overheden, banken en centrale banken er samen voor zorgen dat er iedere dag geld uit het niets wordt bijgemaakt.
Toch is het zo. Laten we even kijken hoe dat precies werkt.
De eersten die geld uit het niets kunnen creëren zijn de banken. Dat doen ze door geld uit te lenen dat niet eerst aan hen geleend of gegeven is, maar dat zij gewoon als een getal op de bankrekening van de lener intikken. De ECB regelt hoeveel banken aan dergelijke ‘kredietexpansie’ kunnen doen, door te eisen dat banken minimum 2% van de aan hen toevertrouwde deposito’s in reserve moeten houden. Dat betekent dat voor iedere €100 aan deposito’s (geld op spaar- en zichtrekeningen) die banken binnenkrijgen, ze €98 aan leningen mogen uitschrijven.
De tweede instelling die voor een toename van de in omloop zijnde euro’s kan zorgen, is de Centrale Bank zelf. Ze stelt zichzelf op als ‘lener van laatste instantie’; banken die bij haar willen lenen kunnen er steeds terecht. Het onderpand voor die lening kan vanalles zijn, maar de kwaliteit moet door de drie gepriviligeerde ratingbureau’s (Moody’s, Fitch, Standard and Poor’s) op een zeker niveau geschat worden. In ruil daarvoor leent de Centrale Bank aan de banken euro’s die daarvoor nergens in het systeem bestonden.
De derde organisatie die ervoor zorgt dat er meer euro’s in omloop komen, zijn de overheden. Als een overheid extra geld nodig heeft, organiseert ze een veiling van staatsobligaties. Op die veiling komen vooral banken af, want die weten dat de staatsobligaties door de ECB hoog ingeschat worden, en dus mooi geld kunnen opbrengen als onderpand voor nieuwe leningen.
Dat zijn de drie manieren waarop nieuwe euro’s worden gecreëerd in Europa.
Sinds de oprichting van de euro-paraplu, zaten de verschillende lidstaten op rozen: telkens als er meer uitgaven gepland waren dan er belastinggeld binnenkwam, zorgde een nieuwe uitgifte van staatsobligaties voor verse cash om het verschil te dekken.
Echter na een aantal jaren liep de schuldopbouw zoveel spuigaten uit, dat men vreesde dat de ratingbureaus de staatsobligaties van bepaalde overheden (met name Griekenland) zo laag zouden waarderen dat de ECB ze niet meer als onderpand mocht aanvaarden. Met andere woorden: dat de overheden geen koper meer zouden vinden voor hun schulden, en dat ze dus failliet zouden kunnen gaan.
Tijdens de crisis van 2008 werd bij de ECB de minimumquotering van de ratingbureaus voor staatsobligaties naar beneden gehaald van A- tot BBB-. Bovendien werd in mei 2010 bij de ECB besloten om staatsobligaties voortaan ook gewoon op te kopen via de banken, zonder de omweg van de lening en het onderpand.
Het is duidelijk dat dit nieuwe ‘permanente fonds’, alsook de aangekondigde euro-obligaties, gewoon een stap verder in dezelfde richting zijn. Het zijn nieuwe manieren voor overheden om te blijven geld uitgeven zonder de belastingen te hoeven verhogen. De Europese lidstaat die het meeste onkosten financiert via de uitgifte van staatsobligaties, profiteert het meest. Dat gaat echter ten koste van alle andere lidstaten, en werkt ook in het nadeel van alle spaarders, de gepensioneerden, de mensen met een vast loon, … die in de eurozone leven.
Griekenland, Ierland, en de andere PIIGS-landen zitten tussen hamer en aanbeeld: aan de ene kant is er de bevolking die steeds kwader wordt om de pijnlijke besparingsmaatregelen, waardoor de roep om onafhankelijkheid groter wordt, en aan de andere kant is er het IMF en de Europese Unie die de besparingsmaatregelen afdwingen door te dreigen met het dichtdraaien van de euro-kraan. Als de politici besluiten om de bevolking te negeren en de zeer strengen besparingen door te voeren, riskeren ze te worden afgezet door een woedend stempubliek. Als de politici daarentegen de maatregelen van het IMF en de EU niet doorvoeren, riskeren ze dat de euro-kraan wordt dichtgedraaid en dat ze het faillissement moeten uitroepen, in combinatie met zeer grote devaluatie en enorme privatiseringsrondes.
Ondertussen steekt de inflatie al de kop op. Terwijl de officiële inflatiecijfers rond de drie procent zitten, stellen we vast dat de euro in vergelijking met zes maand geleden 18% minder koper koopt, 37% minder maïs, en 65% minder katoen. Geef het nog een aantal maanden en we zullen dit vertaald zien in aanzienlijk hogere prijzen op de winkelrekken.
Hoe deze doodlopende weg ook zal uitdraaien, we kunnen zeker heel wat politiek gewriemel verwachten in de maanden en jaren die komen, en, belangrijker voor de belegger, geld (niet alleen de euro, ook de dollar, yen, pond, …) dat almaar sneller almaar minder waard is.
–
verschenen op www.goldonomic.be
Tuur op de rooster

Op 15 februari schreef ik het artikel ‘12 voorspellingen voor de komende 1000 dagen‘. Er zijn nu 300 dagen voorbijgegaan, en het leek ons weer eens tijd voor een tussentijdse evaluatie. Wat volgt in cursief is de voorspelling uit het artikel, eronder telkens de evaluatie.
Wat ik verwacht voor de komende duizend dagen. Te evalueren op 3 november 2012.
1. Crash van de beurzen
We maken de tweede fase mee van de economische depressie die begon in 2008. De pepmiddelen van goedkoop geld en krediet raken uitgewerkt en de beurzen worden opnieuw gecorrigeerd door investeerders die beseffen dat veel van de huidige bedrijvigheid geen economisch draagvlak heeft. Het resultaat is een tweede crash van de beurzen.
Een grote beurscrash is er nog niet gekomen. Alles wijst er integendeel op dat de beurzen wereldwijd gaan uitbreken. Maar met de zeer slechte macro-economische omstandigheden is dit extra zorgwekkend: het wijst op de komst van een onzichtbare crash: beurzen die nominaal stijgen, maar in werkelijkheid crashen doordat de waarde van het geld waarin ze uitgedrukt worden veel sneller daalt dan de beurzen omhoog gaan.
Geen crash zoals in 2008. Verdict: 0/1.
2. Bankfaillissementen of -bailouts
Witte Ruis
Bij Goldonomic waarschuwen we vaak om op je hoede te zijn voor ‘witte ruis’ in de media. Wat bedoelen we daarmee?
We doelen ermee op de sussende uitspraken, de stellige ontkenningen, en de hoopgevende beloftes die gedaan worden door de personen die aan het hoofd staan van grote politieke en financiële organisaties. De meest beroemde gebruiker van de witte ruis was ongetwijfeld ex-voorzitter van de FED Alan Greenspan.
Gedurende de negentien jaar dat Greenspan aan het hoofd stond van de machtigste instelling ter wereld (de plaats waar de wereldreservemunt wordt geproduceerd) gebruikte hij een taaltje dat hijzelf en anderen tot ‘fedspeak‘ oftewel ‘greenspeak’ doopten. Na zijn pensioen gaf Greenspan met een grijns toe dat het taaltje dat hij gebruikte om het publiek toe te spreken ‘een soort syntaxvernietiging’ was, ‘waarbij het klonk alsof ik een vraag beantwoord had, maar dat in feite niet deed’.
Vorige week kocht ik de memoires van Greenspan. Het is interessant hoe hij daarin beschrijft hij hoe de fedspeak een onderdeel was van de opleiding die hij als nieuwbakken centrale bankier kreeg. Dit is wat hij schrijft over zijn eerste dagen als voorzitter:
“Ik nam snel FOMC-secretaris Don Kohn in de arm om me de gang van zaken uit te leggen … De vergaderingen van de FOMC waren geheim, dus ik had geen flauw idee hoe de standaardagenda eruitzag, wie er het eerst het woord nam, … en noem maar op. Bovendien had de commissie haar eigen taalgebruik waar ik me vertrouwd mee moest maken. Wanneer de FOMC de voorzitter wilde machtigen om de federal funds rate zonodig voor de volgende vaste vergadering te verhogen, zei men niet: ‘U mag de rentetarieven verhogen als u dat noodzakelijk acht’. In plaats daarvan werd ervoor gestemd om ‘een asymmetrische instructie richting inkrimping’ te geven. (Voor de goede orde zei ik, terwijl ik mij ‘Fedspeak’ eigen maakte, tegen mijn staf: ‘Wat is er toch met de Engelse taal gebeurd?’).
In de wereld van het bankieren (en vaak ook de politiek) draait alles om de perceptie. Het belangrijkste daarbij is ervoor te zorgen dat de mensen gerustgesteld blijven, en dat het voor de brede bevolking duidelijk wordt dat de keizer geen kleren aan heeft.
De gebruikte tactieken om dat te bereiken zijn de vage bewoordingen van de ‘fedspeak’, maar vaak worden ook flagrante onwaarheden de ether in gestuurd. Zo beweerde huidig voorzitter van de FED Ben Bernanke bij hoog en bij laag dat van de $ 3300 miljard bailoutgeld er niets richting het buitenland zou vertrekken:
Ron Paul: “Is het niet correct dat de FED buitenlandse schuld kan opkopen? Is dat niet toegelaten onder de monetary control act van 1980?”
Ben Bernanke: “Ja, dat is zo, maar we hebben in het geheel geen plannen om betrokken te zijn in wat voor buitenlandse bailouts dan ook, of ook maar iets in die zin.” (zie de laatste 30 seconden)
De FED heeft in die periode natuurlijk wél buitenlandse banken en bedrijven gered (Dat moest wel, anders waren door het domino-effect ook weer de Amerikaanse banken ten dode opgeschreven). De kranten stonden er de voorbije dagen vol van: Dexia, Rabobank, Fortis, ING, ABN Amro,… allemaal werden ze deels door de FED in leven gehouden.
De Fedspeak van centrale bankiers is ook aan onze kant van de oceaan te vinden. Zo stelde Jean-Claude Trichet in 2009 nog dat de ECB, in tegenstelling tot de FED, géén staatsobligaties zou opkopen om de overheidsmeubelen te redden. Dat gaf de euro even de reputatie van sterke munt — een reputatie die finaal aan diggelen in geslaan, nu de bank in Frankfurt weer honderden miljarden euro’s uit het niets creëert om staatsschulden van ijlende overheden op te kopen. Trichet heeft zijn woord niet gehouden.
Wat kunnen we hier nu uit leren?
Met de komst van het internet, google, youtube, en initiatieven als GATA, Zerohedge, en wikileaks, is het meer dan ooit mogelijk om de uitspraken van vertegenwoordigers van financiêle en politieke instellingen achteraf op waarheid te controleren. En meer dan ooit blijkt dat, kwade wil of niet, deze uitspraken veel meer onwaarheid dan waarheid bevatten: in 2007 hoorden we dat de kredietcrisis nooit Europa zou bereiken, in 2008 hoorden we dat de crisis zeer snel weer zou overwaaien, in 2009 vertelde men dat de crisis voorbij was. Al deze sussende woorden zijn onwaar gebleken.
Wij bij goldonomic bekijken dit fenomeen vanuit pragmatische hoek: eerder dan te luisteren naar de analyses, beloftes, en voorspellingen van financiële en politieke autoriteiten, kijken wij naar de feiten: welke handelingen worden er gesteld, en wat zijn de logische gevolgen daarvan?
Het is heel verfrissend om eens je televisie uit te zetten, om de krant eens dicht te slaan en te leren over wat gebeurt in de wereld door te spreken met de mensen van de productieve klasse; mensen die een eigen zaak hebben of in een bedrijf werken. Hoe is de sfeer er? Komen de orders vlot binnen? Blijven de kosten gelijk of stijgen ze? Wat doet de concurrentie? Hoe verandert de wetgeving? Daar, op de marktplaats zelf, vind je echte, ongefilterde informatie.
Technische analyse van de prijskoersen zijn een verlengstuk van dit soort ongefilterde observaties. Op een prijsgrafiek zie je de rauwe dynamiek van kopers en verkopers in de markt in werking. Wij maken graag gebruik van deze informatie, wat één van de redenen is waarom onze voorspellingen zo vaak uitkomen, en waarom de koopadviezen die we doen zo lucratief zijn.
–
Verschenen op Goldonomic.be
Goud en Zilver breken €-recordprijzen
De goudprijs brak zojuist door de € 1067 voor een ounce, 25 euro hoger dan de vorige recordprijs van € 1044.

Ook zilver breekt potten: het noteert nu aan € 21,22 per ounce, 40 cent hoger dan het record van begin deze maand.

Meer dan wat ook zijn deze recordprijzen de kanarie in de mijn voor de inflatie van de euro. Volatiliteit op de korte termijn even gelaten voor wat het is, is de trend voor de euro down, down, down. Hoog tijd om na te denken hoe je je vermogen kan beschermen tegen inflatie en hyperinflatie.
– update —
Zilver breekt door de € 21,50 tot € 21,62 voor een ounce. De goud-zilver ratio test de low van 2008 opnieuw.
–
>> Meer nieuws op Goldonomic.be



