Posted: June 25th, 2010 | Author: James Turk | Filed under: goud, zilver | Tags: gold/silver ratio, zilver, zilverprijs | No Comments »
Zilver is het edelmetaal dat het meest beweegt in prijs. Een paar weken voor het omvallen van Lehman Brothers in september 2008 kostte het bijvoorbeeld 51 troy ons zilver om één troy ons goud te kopen. Op het toppunt van de crisis een maand later, kostte het 84 troy ons om diezelfde troy ons goud te kopen. Waarom is de zilverprijs zo veranderlijk?
In economische termen gesproken, is de vraag naar zilver ‘elastisch’ en de vraag naar goud ‘inelastisch’.
Wanneer de vraag elastisch is, betekent dit dat de voorkeuren van mensen sterk aan verandering onderhevig zijn. Een inelastische vraag betekent juist dat het goed wordt gekocht ongeacht de kosten. De toegenomen prijs van benzine en diesel over de afgelopen jaren heeft de vraag ernaar bijvoorbeeld nauwelijks verminderd. Brandstofverbruik is niet gedaald terwijl de prijs steeg. Mensen zijn wat dit betreft nog niet gevoelig genoeg voor de prijs, althans niet bij de huidige brandstofprijzen, maar de vraag zou elastischer kunnen worden bij hogere prijzen.
Als de vraag naar goud stijgt als gevolg van problemen met overheidsgeld is dit in feite een stijging in de vraag naar geld gebaseerd op edelmetalen. Aangezien het een edelmetaal is, voldoet zilver hier uiteraard ook aan en is het, net als goud, geld. Functioneel gezien is zilver een goed substituut voor goud. Beide zijn tastbare goederen en beide zijn geld zonder tegenpartijrisico.
Iedere stijging in de vraag naar edelmetalen geld beïnvloedt dus zowel goud als zilver. Echter, deze gestegen vraag heeft een grotere impact op zilver vanwege zijn elastische vraag.
De vraag is onmogelijk te meten, maar we kunnen de veranderingen in de vraag naar zilver en goud zien door te kijken naar de bewegingen in de goud/zilver verhouding. Op- en neerwaartse bewegingen laten duidelijk de getijden zien in de verhouding tussen de vraag naar goud en zilver.
Wanneer mensen van nationale valuta overstappen op geld gebaseerd op edelmetalen gaat het geld zowel naar goud als zilver en daalt de goud/zilver verhouding. Wanneer het vertrouwen van mensen in nationale valuta terugkeert, stijgt deze verhouding weer. Dit gebeurt wanneer de monetaire problemen die ervoor zorgden dat mensen uit overheidsgeld vluchtten (zoals bijvoorbeeld stijgende inflatie, bankcrises of andere problemen) zijn opgelost. Op dat moment is de impact voor zilver groter dan de impact voor goud omdat de vraag naar zilver elastischer is dan de vraag naar goud en stijgt de verhouding weer.
Alhoewel ik erg positief ben over de lange termijn perspectieven voor goud, ben ik nog positiever over zilver. Historisch gezien is de verhouding tussen deze twee edelmetalen ongeveer 16 staat tot 1 geweest. Omdat goud en zilver als veilige havens worden gezien als gevolg van de huidige nationale valutaproblemen verwacht ik dat de goud/zilver verhouding uiteindelijk weer 16 staat tot 1 gaat benaderen.
James Turk
*******************
James Turk is oprichter en zit in de raad van commissarissen van GoldMoney.com– The Best way to buy gold and silver. Hij is mede-auteur van The Collapse of the Dollar en uitgever van de Free Gold Money Report.
Posted: June 16th, 2010 | Author: marcdemesel | Filed under: Permanente Portefeuille, goud | Tags: goud, Marc De Mesel, Permanente Portefeuille | No Comments »
Omdat de permanente portefeuille zal falen tijdens een hyperinflatie of een deflatoire collapse had ik een extra oorlogskas aangelegd. Echter, bankbiljetten verliezen te snel waarde tijdens een deflatoire collapse en het volstaat 1/3e van het goud nooit te verkopen om je permanente portefeuille ook hyperinflationproof te maken.
In het artikel ‘Beschermen Tegen Rampscenario’s‘ beschreef ik hoe de permanente portefeuille zou falen tijdens een hyperinflatie doordat je tijdens het balanceren steeds kostbaar goud zou verkopen in ruil voor nieuwe obligaties en cash die aan een snel tempo steeds opnieuw waardeloos zouden worden.
Daarom had ik een oorlogskas aangelegd dat naast de permanente portefeuille ook nog eens goud had dat nooit zou verkocht worden. Indien de permanente portefeuille dan zou falen tijdens een hyperinflatie en al je goud weg zou balanceren dan zou je nog steeds die oorlogskas hebben als backup.
Maar het grote probleem met nog een oorlogskas naast je permanente portefeuille te hebben is dat je dan al direct meer goud aanhoudt dan de permanente portefeuille voorschrijft, in plaats van minimum 25% zit je aan minimum 30%.
Door dat extra goud in je oorlogskas zal je portefeuille niet zo goed presteren tijdens een periode van welvaart. Dit is onaanvaardbaar omdat de permanente portefeuille al geen euforisch resultaten heeft tijdens welvaart omdat het al relatief veel goud (25%) maar relatief weinig aandelen bevat (slechts 25%) in vergelijking met vele andere portefeuilles.
Tijdens periodes van welvaart is een permanente portefeuille dan ook het moeilijkste om vol te houden. En met een oorlogskas erbij maak je dat alleen erger.
Dus een andere oplossing is gewenst. En toen viel mijn frank. Zolang je tijdens een hyperinflatie maar niet blijft balanceren in een zwart gat is alles ok. Je kan dus vandaag een limiet stellen. Bijvoorbeeld van de 25% goud die ik heb ga ik 1/3e nooit verkopen.
Stel bijvoorbeeld dat je vandaag 100 gouden Napoleon munten in je pp hebt. 1/3e ervan zijn 33 Napoleons. Dan leg je vandaag vast dat die 33 Napoleons van uw permanente portefeuille nooit verkocht mogen worden voor balanceerdoeleinden. Al het andere goud, de 66 resterende Napoleons, mogen wel verkocht worden om te balanceren en zodra enkel die 33 Napoleons overblijven dan stop je met balanceren van je permanente portefeuille.
Waarom zeg ik dat je slechts 1/3e van de 25% niet mag verkopen en je dus 2/3e wel mag verkopen? Waarom zoveel en niet meer of minder?
Omdat tijdens een normale bull markt je inderdaad ongeveer 3/4e van die activa verkoopt. Dit was bijvoorbeeld bij goud zo in de jaren 70, alsook bij aandelen in de jaren 80 en 90.
Indien je begin jaren 70, 100 Napoleons had dan had je eind jaren 70 nog slechts 24 Napoleons over door er bijna elk jaar te verkopen:
Balanceren sinds 1972: Hoeveel activa heb je?
Ook tijdens de bull markt van aandelen in de jaren 80 en 90 heb je 3/4e van de aandelen verkocht. Je had eind jaren 70, 219 aandelen en eind jaren 90 nog slechts 43 aandelen. Je hebt dus zelfs meer als 3/4e verkocht, namelijk 4/5e.
Maar indien de sterke inflatie van de jaren 70 zou zijn overgesprongen in een hyperinflatie dan had je de 24 Napoleons verder liggen verkopen en was je misschien met 0 Napoleons geëindigd en had je wel heel veel cash en obligaties maar die bleken ook nul waard.
Dus ergens moet je zeggen, stop. En ik denk dat die stop inderdaad bij 4/5e mag liggen. Indien we een jaren 70 scenario krijgen dan zal je comfortabel kunnen blijven balanceren tot je slechts 20 van de 100 Napoleons overhoudt en dan stop je met balanceren.
Echter, je ziet dat sinds de nieuwe bull run in goud sinds 2000 in Amerika er van de 263 Napoleons nog maar 122 over zijn. Ook in Europa zijn van de 100 Napoleons sinds 1999 er 40 Napoleons reeds verkocht de laatste 10 jaar en zijn er nog slechts 60 Napoleons over:
Met andere woorden, we zitten al een eind. Vandaag nog zeggen dat je 4/5e mag verkopen klopt niet want in deze bull run is al 2/5e verkocht (40 van de 100 Napoleons). We mogen dus nog slechts 40 van de resterende 60 Napoleons verkopen, wat gelijk is aan 2/3e. Van je huidige goud mag je dus nog 2/3e verkopen.
Bankbiljetten Buiten
De oorlogskas bezat ook fysieke cash, dollars. Ik geloof echter niet langer dat bankbiljetten aanhouden een noodzakelijke of verstandige zet is. Enkel tijdens een deflatoire collapse zoals in de jaren 30 heeft fysieke cash zin, maar dat was een wereld waar er een goudstandaard was.
Je zou kunnen zeggen dat bankbiljetten in Japan tijdens hun grote deflatie in de jaren 90 een degelijke belegging waren en dat is waar ten opzichte van vastgoed dat toen -50% is gedaald, maar ze hebben toch uw koopkracht doen dalen met -11% terwijl bankbiljetten uitgeleend aan de staat uw koopkracht hebben doen toenemen met +19%, een groot verschil!
Dus zelfs in een grote deflatie in een fiat munt systeem blijkt dat je beter je biljetten kan uitlenen aan de staat.
Meestal, wanneer je een deflatoire collapse krijgt in een wereld met fiat munt, dus wanneer de munt niet langer gekoppeld is aan goud, dan zie je dat samen met de economie, de staat en de banken, die munt zelf ook serieus instort en in sneltempo waarde verliest ten opzichte van goud. Dat was zo onlangs in IJsland 2008, alsook in Argentinië 2002.
In dergelijke crisis is het de kunst van goud beschikbaar te hebben terwijl alle banken vergrendeld zijn. Vervolgens kan je telkens een beetje goud omwisselen in cash dat je direct nodig hebt. De rest laat je in goud want de munt kan nog verder wegzakken. Meer hierover in het boek The Modern Survival Manual: Surviving the Economic Collapse in Argentina.
Schokkend om lezen wat een ernstige financiële crisis kan doen met de maatschappij. Al wordt het zoveel mogelijk uit het nieuws gehouden, voedseltekorten, overvallen en moordpartijen zijn schering en inslag. Zeer leerrijk te lezen wat je allemaal kan doen om dergelijke maatschappelijke crisis heelhuids door te komen. Ik heb hem in één trek uitgelezen, en dat gebeurt niet veel.
De fysieke dollars die ik destijds gekocht had als speculatie en vervolgens in mijn oorlogskas had gestoken omdat ik geloofde dat fysieke cash nuttig was, heb ik vorige week dan ook verkocht en ingeruild voor goud dat ik bij mijn permanente portefeuille heb gevoegd.
Het fysiek zilver dat ik destijds als speculatie gekocht had en vervolgens ook in mijn oorlogskas had gestoken krijg ik niet over mijn hart te verkopen dus dat noem ik voortaan, zoals het hoort, mijn Variabele Portefeuille. Want, het is ook een speculatie.
Een attent lezer kan me erop wijzen dat mijn zin voor risico weer aan het toenemen is. Principieel is het niet van mezelf want als ik me afvraag of ik geld heb dat ik kan riskeren te verliezen dan is het antwoord neen.
Maar foert, ik weiger dat blinkende zilver te verkopen. Wie weet maak ik een voltreffer indien mijn vastgoed versus goud speculatie uitkomt. Even ruw geschat: Vandaag 6 kilo goud voor een huis. Ik hoop op maximum 2 kg goud voor een huis binnen 10-20 jaar. Vandaag 60 kg zilver voor 1 kg goud, ik hoop op maximum 20 kg zilver voor 1 kg goud.
Mijn zilver zou ten opzichte van vastgoed dus 10 keer meer waard kunnen worden. Nu nog een weesgegroetje erbij!
Hier mijn herschikte portefeuille:
Dus, moraal van mijn verhaal:
Bankbiljetten verliezen hun waarde aan 50% per 10 jaar, en dat is in de goede tijden. In de slechte tijden kan het veel sneller gaan en 50% op een jaar worden. Dump uw bankbiljetten dus zo snel mogelijk in je 25% cash van je permanente portefeuille en leen het uit aan de overheid zodat het tenminste iets opbrengt. Vandaag krijg je nauwelijks interest op die 25% cash maar dat kan snel veranderen (Griekenland 6-13% interest).
Fysiek goud aanhouden daarentegen is belangrijk. 25% van de permanente portefeuille is fysiek goud dus je hebt genoeg. Maar je kan je fysiek goud kwijtspelen in een hyperinflatie door het balanceren. Dus leg 1/3e van het goud van je permanente portefeuille apart en verkoop het nooit voor balanceerdoeleinden.
Je kan comfortabel 2/3e van het goud in de permanente portefeuille verkopen voor balanceerdoeleinden maar dan stop je best want dan is er reeds 4/5e van het goud verkocht sinds begin 1999 en is de bull run gelijk aan de jaren 70.
Indien goud nog meer stijgt als in de jaren 70 is het mogelijk dat we naar een hyperinflatie gaan en dus wordt het gevaarlijk te balanceren want je zou al je goud dan wel eens kunnen verliezen aan een zwart gat.
Op het moment dat je stopt met balanceren omdat je geen goud meer hebt om te balanceren stop je ook best met balanceren van de aandelen. Dus zelfs al dien je aandelen te verkopen, je doet het best niet want ook die kan je kwijt spelen aan het zwart gat van obligaties en cash tijdens een hyperinflatie.
Je begint terug met balanceren zodra je goud moet bijkopen door de winst van je aandelen, obligaties of cash. Indien al je obligaties en cash verdwenen zijn in een hyperinflatie en je reeds gestopt was met balanceren, dan begin je terug met balanceren, het verkopen van goud en aandelen en het kopen van obligaties en cash, wanneer er een nieuwe munt wordt uitgegeven.
Ik ben verheugd dat ik kan instemmen met Harry Browne zijn oordeel dat een permanente portefeuille zoals hij het had ontworpen voldeed. Een extra oorlogskas is niet nodig. Fysieke cash is ook niet nodig. Mijn enigste kritiek is dat je moet stoppen met balanceren tijdens een hyperinflatie. Maar dat had hij zelf ook wel kunnen bedenken.
Harry Browne blijft me verbazen hoe mooi hij die permanente portefeuille heeft ontworpen. Het is moeilijk er een gat in te krijgen. Een paar dagen terug heb ik voor het eerst de film ‘The Foutainhead’ gezien. Een oude maar nog steeds boeiende film die het boek van Ayn Rand verfilmt. Het gaat over een architect die niet wil dat mensen zijn ontwerp gaan liggen aanpassen omdat het zo perfect is. Hij is bereid door de hel te gaan en veel geld mis te lopen om zijn visie te kunnen neerzetten, en geen andere of aangepaste.
Bij een gebouw kan je natuurlijk moeilijk uitleggen waarom het zo moet zijn en niet anders. Al zal iemand die er oog voor heeft direct zien of iets niet bij het geheel past. Bij een permanente portefeuille is het net zo. Het zit in elkaar geboetseerd volgens een bepaalde logica waar geen naald tussen te krijgen is. Niets kan weg, niets kan erbij. Harry Browne was de knapste vermogensarchitect die ik ken. Een pareltje is die permanente portefeuille.
Marc De Mesel
Hoe Uw Koopkracht Behouden:
http://www.marcdemesel.be/
Posted: June 14th, 2010 | Author: James Turk | Filed under: forex, goud | Tags: GoldMoney, goud, goud is geld, James Turk | 1 Comment »
“Goud is geld, en niets anders.” Dat waren de woorden van de Amerikaanse bankier J.P. Morgan, bijna honderd jaar geleden onder ede uitgesproken voor een Amerikaanse parlementaire commissie. Vandaag daarentegen wordt goud zelden op een dergelijke wijze omschreven. Het wordt een commodity genoemd of het wordt soms gekarakteriseerd door haar gebruik in juwelen, maar weinig mensen zien het als geld.
Is goud, dat als geld fungeerde duizenden jaren nog voordat Morgan sprak, fundamenteel veranderd gedurende de laatste 100 jaar?
Goud is niet veranderd. Alleen de perceptie van de mensen is veranderd omdat gouden munten niet meer als geld worden gebruikt, zoals eeuwenlang gebruikelijk was. Desalniettemin kunnen we nog steeds een troy ons of gram gebruiken om de prijs van goederen en diensten in uit te drukken, hetgeen de belangrijkste functie van geld is. Dus goud is nog steeds geld.
Neem bijvoorbeeld de prijs van ruwe olie. Deze kan uitgedrukt worden in dollars, willekeurige andere nationale valuta, maar ook in goud. De onderstaande grafiek laat het alom bekende gegeven zien dat de dollarprijs voor ruwe olie al decennialang aan het stijgen is. In december 1945 kostte een vat nog $1,17, recentelijk heeft een vat meer dan $100 gekost. Deze opwaartse trend wordt duidelijk gemaakt door de rode pijl in onderstaande grafiek.

Daarentegen laat grafiek 2 een heel ander plaatje zien van de prijs van ruwe olie. Ook hier zijn fluctuaties te zien, die het gevolg zijn van reguliere veranderingen in aanbod en vraag, maar de pijl illustreert duidelijk een vlakke trend in de prijs.

Grafiek 2 laat zien dat de prijs van ruwe olie van vandaag niet uit de pas loopt met het verleden, wanneer het is gemeten in “goldgrams”, de naam van Goldmoney’s online valuta uitgedrukt in gouden grammen. Gemeten in goud kost ruwe olie vandaag evenveel als in de jaren ‘50.
De twee grafieken zijn verbazingwekkend verschillend. Waarom is de prijs van dezelfde commodity twee zulke andere richtingen opgegaan? Het is duidelijk dat het antwoord ligt in het soort geld waarmee de prijs van ruwe olie wordt gemeten. Nationale valuta verliezen koopkracht als gevolg van monetaire inflatie. Goud, daarentegen, behoudt haar koopkracht.
Recentelijk kostte een vat olie $80 in de Verenigde Staten, £52 in Groot-Brittannië, €60 in Europa en 2,3gg (goldgrams) wereldwijd. De prijzen weergeven in verschillende valuta is simpel een vorm van economische calculatie, zoals economen het graag noemen. Ieder goed of iedere dienst kan worden uitgedrukt in termen van iets anders gebruikt als geld, maar goud is anders om twee redenen.
Goud wordt over de hele wereld gebruikt. Het is werkelijk globaal geld, een rol die zij in het verleden niet voor niets speelde. Goud heeft altijd een prominente plaats gehad in het hart van de wereldwijde handel. Met andere woorden, goud is een ideale standaard om prijzen mee te meten omdat een troy ons goud een onveranderlijke rekeneenheid door de tijd is.
Terwijl nationale valuta continu worden afgewaardeerd door overheidsbeleid en mismanagement van centrale banken, behoudt goud haar waarde, ofwel, blijft de koopkracht van goud relatief onveranderd. Dit komt omdat de bovengrondse hoeveelheid goud (het aanbod van goud als geld) groeit met ongeveer dezelfde snelheid als de wereldbevolking en de creatie van nieuwe welvaart (de vraag naar goud als geld).
De stabiele verhouding in aanbod van en vraag naar goud maken het de ideale vorm van geld, hetgeen verklaart waarom nationale valuta hierop waren gebaseerd en zelfs inwisselbaar waren voor een vaste hoeveelheid goud. Meer nationale valuta konden alleen worden gecreëerd wanneer er voldoende goudreserves waren, wat een gunstige regel was dat leidde tot essentiële, externe discipline op de uitgaven van de overheid en het ‘bijdrukken’ van geld door haar centrale bank.
Maar deze regel werd verlaten toen de dollar en andere nationale valuta hun formele link met goud verloren in 1971.Als consequentie hiervan wordt de koopkracht van de Amerikaanse dollar en andere nationale valuta geërodeerd. Dit is al decennialang aan de gang en zonder twijfel zal de koopkracht in de toekomst verder afbrokkelen.
Door de jaren heen heb ik inflatie op verschillende manieren omschreven, maar mijn ‘meetlat methode’ is de beste manier om te omschrijven wat er met de dollar gebeurt en om duidelijk te maken wat de essentie is van inflatie. Het gaat als volgt.
Als we ieder jaar een centimeter halen van een meetlat van 100cm, kunnen we het dan nog steeds een meetlat van 100cm noemen? Dus waarom noemen we onze valuta nog steeds een dollar terwijl er ieder jaar 5% of meer van haar koopkracht wordt weggenomen?
Het punt is dat geld een meeteenheid betreft, net als de meter, centimeter of gram. In feite is dat hetgeen een pond, mark, lire, dinar of frank werkelijk betekent. Het zijn allemaal woorden, in hun verschillende talen, die een gewicht inhouden. En tot 1971, toen de relatie met de goudstandaard werd verbroken, gaven ze allemaal een vaste hoeveelheid goud weer.
Alhoewel de vaste link met goud is beëindigd, verschaft een troy ons of een gram goud ons nog steeds een goede meetlat om prijzen van goederen en diensten in uit te drukken. Want uiteindelijk is goud gewoon geld.
James Turk
*******************
James Turk is oprichter en zit in de raad van commissarissen van GoldMoney.com– The Best way to buy gold and silver. Hij is mede-auteur van The Collapse of the Dollar en uitgever van de Free Gold Money Report.