200 miljoen Aziaten stevenen af op voedselcrisis

Geschreven op: April 26th, 2011 | | Beurs.com | Categorie: landbouw | Tags: , , , | Geen reacties »

Voedselprijzen gaan wereldwijd door het dak. “Stijgingen tot 30 % en dat jaar na jaar, dreigen uit te draaien op een ramp. 193 miljoen Aziaten stevenen daardoor af op een voedselcrisis”, schrijft Business Insider.

The Asia Development Bank waarschuwt in een rapport voor een ongeziene voedselcrisis, als gevolg van de aanhoudend hoge voedselprijzen.

Voedselprijzen + 30 %

De voedselprijzen in Azië gaan bijna jaarlijks met 30 % omhoog. Indien dezelfde stijging zich dit jaar voordoet, zal de groei afremmen tot 0.6 percent, aldus het rapport.

Als daarnaast ook nog eens de brandstofprijzen 30 % duurder worden, dan zal de economische groei in sommige Aziatische landen ineenstorten. The Asia Development Bank voorspelt in dat geval een terugval van twee percent.

“Duur voedsel is een blijver”

De hoge voedselprijzen werden in 2008 nog bestempeld als een tijdelijk fenomeen. Duur voedsel lijkt intussen een lange termijntrend te worden.

Prijsdalingen zitten er in de verste verte niet aan te komen. We leren dus maar beter leven met duur voedsel. “Liquiditeit of weersomstandigheden kunnen de hoge prijzen niet verklaren”, aldus Business Insider.

Elk land in Azië neemt alvast maatregelen om de voedselcrisis aan te pakken, zoals belastingsverlagingen, export restricties, prijscontroles etc.

De voedselcrisis in 12 grafieken

Op Business Insider wordt het rapport in 12 grafieken samengevat.

Voedselprijzen gaan door ‘t dak in 2011

Met de recente prijsexplosie bij diverse granen (tarwe, maïs,…) en andere agrarische grondstoffen, waaronder cacao of suiker, zitten de prijzen voor onze voedingsproducten opnieuw stevig in de lift.

De FAO Food Price index staat vandaag op het hoogste punt van de afgelopen 20 jaar, fors boven het vorige record opgemeten in 2008.

Ook de reële voedselprijzen, verrekend met de inflatiecijfers van de World Bank, tekenen andermaal nieuwe records op.

Ondanks de stevige prijsstijgingen, bleef het effect op ons huishoudbudget eerder beperkt. Maar de stijgende voedselprijzen, in combinatie met de hogere kosten voor energie tijdens de afgelopen maanden, beginnen toch hun tol te eisen op ons besteedbaar budget.

Zoals u kan zien op bovenstaande grafiek van Gluskin Sheff (via Pragcap.com), besteed een gemiddeld Amerikaans gezin opnieuw meer dan 22% van z’n huishoudbudget aan voedsel en energie.

David Rosenberg merkt op dat in het verleden een overschrijding van 22% telkens een recessie inluidde!

Beleggers dienen dus extra waakzaam te zijn gezien de mogelijke margedruk op de bedrijfsresultaten van de beursgenoteerde ondernemingen in de komende maanden.

>>> www.slimbeleggen.net

Emerging markets zijn een short

Iedereen heeft natuurlijk de beelden gezien van de revolutie die zich op dit moment afspeelt in Egypte. Eerder zagen we ook uitbraken van sociale onrust in Algerije en Tunesië.

Het stopt overigens niet in Egypte. Ook andere landen in het Midden-Oosten borrelen langzaam naar een mogelijk kookpunt. Jemen, Jordanië en zelfs Saudi-Arabië blijven niet gespaard van protesten.

Je leest en hoort veel over de bevolkingsopstanden maar zelden wordt daarbij de link gelegd met de werkelijke oorzaak: inflatie!

Toen in 2008 centrale banken massaal geld gingen printen, heb ik meteen gewaarschuwd voor inflatie in de komende jaren. En dat is precies wat we vandaag zien.

De voedselprijzen zijn als een raket omhoog gegaan en het zijn vooral arme sloebers die daar als eerst last van hebben. In sommige landen gaat 20% tot 30% van het inkomen naar voedsel. Wanneer de voedselprijzen dan met tientallen procenten oplopen, resulteert dat in honger.

En dat is blijkbaar wat nodig is om mensen op straat te krijgen.

De emerging markets zijn een short nu. Zij voelen als eerste de stijgende voedselprijzen en dat laat minder besteedbaar inkomen over voor andere zaken. Dit moet leiden tot een flinke groeivertraging.

Denk maar niet dat het probleem enkel in het Midden-Oosten zit. Ook de Chinezen en Indiërs worden zwaar in portefeuille getroffen door de stijgende prijzen. De Chinese regering heeft de minimumlonen al met 10% moeten optrekken om het volk rustig te houden.

Ik geef je hieronder een grafiek van de “emerging markets” die boekdelen spreekt. De opwaartse trendlijn heeft het begeven. Onder bijzonder hoge volumes mag ik wel zeggen. Niet meteen een positief signaal.

BRON: http://www.tradersonly.be

Indien de onrust stopt met Egypte hoeft het allemaal nog niet zo dramatisch te zijn. Maar als het zich verspreidt naar landen zoals China, India of Saudi-Arabië, dan geeft dat vuurwerk. Kan je meteen een kruis maken over de economische groei.

Als belegger zijn de groeilanden nu even niet waar je wil zijn. Wie erin zit, bouwt maar beter zijn belangen af.

Speculatievere beleggers kunnen zelfs “inverse ETF’s” overwegen die stijgen wanneer emerging markets dalen. Ik geef je enkele tickersymbolen ter overweging: FXP (200% short op China), INDZ (200% short op India), BZQ (200% short op Brazilië) en EEV (200% short op MSCI Emerging Markets Index).

Wanneer ik het heb over “200% short”, dan gaat het over een ETF die 2% in waarde stijgt wanneer de onderliggende waarde 1% daalt. ETF’s met een hefboom dus. Vooral interessant voor risicobewuste beleggers!

Wijsheid uit het Oosten

Geschreven op: November 14th, 2010 | | Tuur Demeester | Categorie: economie, euro, goud, hyperinflatie, inflatie, landbouw, vastgoed | 2 Reacties »

Vorige week op de trein ontmoette ik twee buitenlandse studenten, een jongen uit Sri Lanka, en zijn vriendin, een meisje uit Vietnam. Ze waren hier voor een jaar om oceanografie te studeren aan de universiteit in Brussel.

Na een tijdje praten kwamen we (toevallig? :-) ) uit bij de economische crisis in Europa. Ik vroeg hen wat hun idee was van de situatie. De jongen uit Sri Lanka antwoordde me dat er hier veel te veel schulden waren. Ik knikte om aan te geven dat ik het met hem eens was. Hoe dacht hij dat het verder zou lopen?

“Wel”, zei hij, “er komt inflatie”—en dat met een blik van vanzelfsprekendheid.

Ik was stomverbaasd. Ik vroeg hem of er in zijn land inflatie was. “Oh ja”, zei hij. “Als je je rupees gewoon bij houdt, kan je er een paar jaar later nauwelijks iets mee kopen”.

Wat doen gegoede mensen in Sri Lanka dan met hun geld? Vroeg ik hem. Ik had het antwoord kunnen raden: “Ze kopen goud en grond”.

Zijn vriendin knikte. Ik vroeg haar of dat in Vietnam ook zo was. “Ja” zei ze, “in de tijd van mijn grootouders hebben we veel inflatie gekend, het papiergeld werd telkens waardeloos”. Sindsdien kopen mensen sierraden en grond met hun loon.

Ik moest de laatste dagen nog veel denken aan die korte conversatie in de trein. Die bevestigde wat ik hoorde van een vriend van me. Hij is getrouwd met een Thaïse vrouw: zijn schoonfamilie vindt het fantastisch dat hij wat landbouwgrond koopt (ze beheren het goed zelfs voor hem), en zijn vrouw is in de zevende hemel als hij haar een gouden armband cadeau doet. In Azië laten goud, zilver, en grond zien aan anderen dat je een welvarend en succesvol persoon bent.

De hang naar tastbare waarde bij inflatie en economische onzekerheid is werkelijk universeel. Uit twee vertrouwelijke bronnen hoorden we deze week nog eens hoe rijke Belgische families zich in het lokaal vastgoed vastbijten: ze verkopen hun aandelen en leggen de hand op huizen, appartementen, en gronden. Beter een vogel in de hand dan tien in de lucht, is de mentaliteit vandaag.

Toch zullen mensen die vandaag in lokaal vastgoed investeren daar waarschijnlijk heel binnenkort spijt van krijgen. Anders dan in Sri Lanka of Vietnam hebben we hier gedurende 55 jaar namelijk geen diepe economische depressie gekend waarbij vastgoedprijzen gecorrigeerd werden. En anders dan in die landen wordt hier de overweldigende meerderheid van de huizen al decennialang op krediet gekocht, wat tot een oververhitting van de vastgoedmarkt heeft geleid. Dat krediet wordt namelijk uit het niets gecreëerd, waardoor leners de prijzen tot ongekende hoogtes tegen elkaar kunnen opbieden.

De vastgoedgekte was in de lage landen weliswaar iets minder uitzinnig dan ze in de V.S. of in Spanje is geweest, maar de problemen waar we mee kampen zijn identiek: torenhoge overheidsschulden, virtueel failliete of zelfs lege pensioenspaarfondsen, reusachtige zombiebanken, een onaflatende stroom aan faillissementen (oktober was opnieuw een recordmaand), en sterk stijgende inflatie. De koopkracht van de Westerse consument daalt, en daalt steeds sneller, waardoor de westerling in de toekomst relatief méér zal gaan spenderen aan basisbehoeftes zoals voeding en kledij, en zal proberen besparen op verwarming en woonruimte: mensen zullen kleiner wonen en meer gaan huren.

Eens de hyperinflatie ook Europa bereikt mogen we niet opkijken van reële (inflatiegecorrigeerde) prijsdalingen van ver over de 50%. Weinig mensen weten dit, maar tijdens de Weimar revolutie kon een huisbaas slechts enkele eieren kopen met een maand huurontvangsten.

En dan hebben we het nog niet over de te verwachten nieuwe vastgoedtaksen, komende vermogensbelasting en maximumhuurprijzen gehad. De ‘vogel in de hand’ wordt er dan wel één die heel makkelijk in het vizier van de overheid wordt genomen. Bij goud is dat veel moeilijker: zelfs toen Roosevelt in 1934 decreteerde dat alle Amerikanen op straffe van tot 10 jaar gevangenisstraf alle goud boven 5 ounces moesten inleveren, werd slechts 22% van het goud van de bevolking daadwerkelijk ingeleverd. De rest bleef in de kluizen van de burgers zitten, tot de confiscatie werd stopgezet.

In België en Nederland zitten we in een zetel. Terwijl het hier nog relatief rustig is, zien we om ons heen, in de periferie van Europa en steeds dichterbij, heel duidelijke waarschuwingssignalen voor wat komen gaat: de vastgoedcrash in Spanje en Engeland, de besparingsrondes in Ierland en Engeland, de inflatie in IJsland, en de sociale onrust in Frankrijk. De economische situatie van België en Nederland is niet fundamenteel beter dan die van de ons omringende landen, we hebben alleen het geluk niet de eersten te zijn om de klappen te incasseren. Ideaal dus om ons zo goed mogelijk voor te bereiden op wat komen gaat. Bij Goldonomic werken we hard om u zo goed mogelijk te informeren hoe dat kan.

 


Verschenen op Goldonomic.be

Landbouwgrond: Misleidend Aantrekkelijk

Het Westen zit in een economische Depressie. Vooruitziende investeerders proberen in te schatten welke de groeisectoren zijn in een dergelijke economie. Een algemene verarming van de bevolking betekent altijd dat een groter aandeel van het huishoudbudget richting voeding gaat. Dat brengt investeerders op het idee om landbouwgrond te kopen.

Echter als beleggers vandaag in het Westen landbouwgrond kopen, is de kans groot dat ze zich dat later zullen beklagen. Daar zijn een aantal redenen voor.

Westerse Landbouwgrond zit in een zeepbel

Landbouwgrond is niet immuun voor de tijdelijk oppeppende werking van het goedkoop krediet. Kredietexpansie van de banken heeft de laatste decennia zeer veel geld in de handen van investeerders gestopt, waardoor die een gigantische huizenzeepbel hebben gecreëerd. Net op dezelfde manier is er een zeepbel in de Europese en Amerikaanse landbouwgrond ontstaan.

De landbouwgrondprijs in België ligt momenteel, voor één hectare, tussen de 25.000 en de 50.000 euro. Twintig jaar geleden kon diezelfde hectare voor één tiende van de prijs worden gekocht. Mede verantwoordelijk voor die stijging in prijzen zijn ook de Europese landbouwsubsidies. Eens die bron van liquiditeit (momenteel €55 miljard per jaar, ofte 40% van het jaarlijkse EU-budget) opdroogt, zal ook de landbouw en landbouwgrond een kostelijke herorganisatie nodig hebben—wat opnieuw een negatief effect zal hebben op de waarderingen.

In de V.S. kenden de prijzen van landbouwgrond (ook niet gespeend van de nodige subsidies) overigens eveneens waanzinnige stijgingen. Zo verdubbelde de prijs van Amerikaanse landbouwgrond van $1500 tot $3000 per hectare.

Ter vergelijking: in Thailand kan je voor 25.000 euro vandaag 20 hectare landbouwgrond kopen. En in Rusland bijvoorbeeld, daar kan je zoveel landbouwgrond je maar kan bewerken gedurende 49 jaar gratis in bruikleen krijgen.

Kortom, door in lokale landbouwgrond te investeren ontsnap je niet aan de vastgoedzeepbel.

Hyperinflatie = daling in reële landbouwgrondprijzen

Grond, en ook landbouwgrond, kan men tot nader order niet opeten. Als eigenaar kan je het niet over je hoofd trekken als bescherming tegen regen en kou, of gebruiken als bron van warmte. Je kan je grond ook niet tegen confiscatie beschermen door het in een kluis te stoppen, of het naar veiliger of meer economisch aantrekkelijke oorden meenemen.

En laten bovenstaande doeleinden nu net de prioriteiten zijn van het gros van de bevolking tijdens een episode van hyperinflatie. De inflatie zorgt ervoor dat de waarde van de spaarcenten van heel veel mensen wegsmelten, waardoor hun psychologische prioriteiten drastisch veranderen. Daardoor zal de reële waarde van Westerse landbouwgrond tijdens de komende hyperinflatie dalen, ondanks recordprijzen in absolute cijfers.

Illustratie hiervan is te vinden in de lange neergang van de prijzen van landbouwgrond in de jaren 1980 (wat in feite het begin was van een ternauwernood voorkomen hyperinflatoire depressie), en de lange dip in prijzen van landbouwgrond in de Grote Depressie van de jaren 1930.

Buitenlandse investeringen? Twijfelachtig

Hyperinflatoire episodes zijn periodes van grote politieke omwentelingen, en brengen dus veel onzekerheid mee voor investeerders. Daarom bijvoorbeeld dat de rentevoeten tijdens hyperinflatie makkelijk kunnen vertienvoudigen. De kans is dus klein dat een grote influx van buitenlands kapitaal de reële landbouwprijzen op dezelfde niveaus als die van vandaag zullen houden eens de inflatie heeft toegeslaan.

De buitenlandse investeringen zullen plaatsvinden in de periode na de hyperinflatie, als het monetaire en politieke systeem enigszins gestabiliseerd zijn. Aangezien we aan het begin zitten van een paradigmawissel, waarbij de wereld papieren, virtuele activa zal inruilen voor reële, tastbare investeringen, is het wel waarschijnlijk dat de prijzen van landbouwgrond aanzienlijk zullen gaan stijgen na de bodem van de depressie, maar dat is een proces dat lange jaren zal duren.

Wanneer investeren in landbouwgrond?

Landbouwgrond op zich is een solide en verdedigbare investering. Anders dan veel van de hedendaagse investeringen (zoals staatsobligaties, om er meer één te noemen) heeft het een aanzienlijke reële productieve capaciteit, een capaciteit die bijna te allen tijde relevant is en gewaardeerd wordt.

Echter voor het Westen is het nu wel een ongunstige tijd om hierin aankopen te doen. Voor wie besloten heeft om (een deel van) zijn kapitaal in Westerse landbouwgrond te beleggen is het raadzaam om nu eerst te investeren in een reserve aan barbaars geld, oftewel goud en zilver, om dan, als de wanhoop het hoogst is en de reële prijzen het laagst, in lokale gronden te investeren. Toch blijft diversificatie belangrijk, de geschiedenis leert immers dat confiscatie van boerderijen en landbouwgronden tijdens periodes van politieke chaos niet uitzonderlijk zijn.

Relevante grafieken

Zie oorspronkelijk artikel

Achtergrond:

Oorspronkelijk verschenen op www.goldonomic.be