Posted: June 22nd, 2010 | Author: Maarten Verheyen | Filed under: depressie, economie, obligaties, overheid | Tags: besparingen, credit crunch, double dip, elio di rupo, john mauldin, meredith whitney, warren buffett | 7 Comments »
Ik hoorde laatst iemand vertellen dat je achterblijft met drie verschillende meningen wanneer je twee economen een vraag stelt.
Maar dat lijkt deze keer toch niet het geval. Wanneer je goed luistert, is er eigenlijk niemand die echt rekening houdt met een double-dip voor de economie.
De algemene visie is dat de economie de bodem heeft gezien en dat we de komende jaren opnieuw economische groei zullen kennen. Hier en daar is er nog wel een pessimist die durft te stellen dat de groei niet al te hoog zal zijn, maar dan heb je het ook gehad.
Een nieuwe recessie is vandaag even onwaarschijnlijk als dalende huizenprijzen in 2007. Daar lijkt het wel op.
Persoonlijk zie ik het toch allemaal net even anders. Ik zie amper in hoe we een double-dip kunnen vermijden.
Het zogenaamde herstel van het voorbije jaar was niet meer dan het gevolg van massale overheidsinterventies. Maar hoe kan deze economie verder groeien nu de overheid overal in de wereld flink op de rem gaat staan?
De stimuleringsmaatregelen doven uit en moeten plaats maken voor besparingen in de meeste Europese landen. Maar wie de cijfers tegen het licht houdt, moet al snel vaststellen dat de aangekondigde besparingsplannen eerder aan de zuinige kant zijn.
In de meeste gevallen worden de uitgaven met amper enkele procenten teruggedrongen. Op deze manier probeert men de financiële markten te tonen dat men de budgetten niet uit de hand laat lopen.
Het zijn echter vrij beperkte toegevingen. De kans is groot dat de obligatiemarkten om grotere besparingen zullen vragen.
We zijn nog maar pas vertrokken in Europa. Maar het is tenminste al iets. Aan de andere kant van de oceaan praat men wel graag over besparingen, maar in concrete maatregelen resulteert het niet.
Alhoewel. Ik hoorde Meredith Whitney zeggen dat Amerikaanse staten tegen een tekort van $200 miljard aankijken en 2 miljoen banen moeten schrappen om het hoofd boven water te houden. Het is voor de eerste keer sinds de jaren vijftig dat de overheid het personeelsbestand uitdunt.
Maar ook hier gokken de meesten op een bail-out. Warren Buffett is er precies nogal gerust in. Hij maakt de volgende redenering: “hoe kan de regering deze staten niet financieel bijspringen wanneer ze wel de banken en de autofabrikanten ondersteund hebben?”. Misschien daarom dat Buffett een aantal van deze obligaties verzekerd heeft tegen default?
Maar goed, we zijn nu overal ter wereld aan het besparen en dat zet de economie onder druk. Zoveel is zeker.
En het stopt niet met besparingen alleen. Ook de belastingen zullen stijgen. Zelfs landen die nu reeds kampen met torenhoge belastingen – zoals België – menen dat er altijd nog ruimte is voor nog meer belastingen.
Nochtans zijn hogere belastingen nefast voor de economische groei van zodra een bepaalde drempel overschreden wordt. Over de hoogte van die drempel moeten we ons alvast geen zorgen meer maken. We zijn het optimale niveau ergens in de jaren vijftig al gepasseerd.
Hoe hoger het marginaal belastingtarief, hoe minder geneigd de burgers om extra te werken. Wie is nog bereid extra uren te kloppen wanneer deze inspanningen tegen pakweg 60% of 70% belast zullen worden?
Elio Di Rupo, waarschijnlijk de nieuwe premier van België, heeft er geen moeite mee om mensen die 200.000 euro per jaar verdienen tegen 75% te belasten. Dergelijke uitspraken zijn natuurlijk bedoeld voor eigen achterban. Hij verliest hiermee geen kiezers. Integendeel.
Het lijkt me echter geen manier om economische groei te creëren. Het is niet door de meest productieve mensen in een samenleving compleet te demotiveren dat je er gaat geraken.
Vooraleer ik afsluit, misschien nog een laatste argument om het double-dip scenario te onderstrepen? Ok dan.
Kijk eens naar de massale bedragen die de overheden moeten ophalen via het plaatsen van nieuwe obligaties? In de VS en Europa samen spreken we dan over duizenden miljarden euro’s. Ik dacht dat John Mauldin sprak over $5.000 miljard of zo.
Vanwaar moet dit geld allemaal komen? De overheid zuigt gewoon al het beschikbaar kapitaal naar zich toe. Voor bedrijven en particulieren blijft er nog amper iets over. Kleinere bedrijven en particulieren kunnen vandaag reeds bijzonder moeilijk aan geld geraken. Of ze moeten bereid zijn astronomische rentevoeten te betalen. Een credit card lening aan 30% is geen uitzondering meer.
Het aantal verstrekte leningen daalt ondertussen tegen het snelste tempo sinds de Grote Depressie.
Maar misschien zie ik het allemaal te zwart in? Misschien gaat 2010 wel de geschiedenisboeken in als het jaar waarin werd bewezen hoe besparingen … hogere belastingen … en een credit crunch op één of andere manier leiden tot een gezond economisch herstel?
Posted: June 8th, 2010 | Author: Maarten Verheyen | Filed under: belastingen, economie, euro, obligaties, overheid | Tags: begrotingstekort, Belgische obligaties, besparingen, vermogenswinstbelasting | 155 Comments »
Het is zover. Het onvermijdelijke speelt zich nu af. België verliest het vertrouwen van de obligatiebeleggers!
En onze politici die eigenhandig verantwoordelijk zijn voor de penibele financiële situatie waarin we ons nu bevinden, doen waar ze zo goed in zijn.
Ze maken handig gebruik van de onrust om hun eigen politieke toekomst veilig te stellen. Want, het is natuurlijk allemaal de schuld van diegenen die bijdragen aan de politieke instabiliteit.
Maar is dat wel zo?
Laten we eens even kijken.
Ik zie drie factoren die verantwoordelijk zijn voor de huidige onzekerheid.
Eerst en vooral is er de onbereidheid van bepaalde partijen om het te hebben over noodzakelijke besparingen. Levensnoodzakelijk zou ik zo zeggen.
Merkwaardig genoeg zijn het de partijen die België zogezegd graag zien, die spelen met de toekomst van dit land. In Wallonië wordt er niet eens over besparingen gesproken. Er is zelfs een partij die de uitgaven met nog ééns 7 miljard euro wil optrekken!
Tja, als de Financial Times dan enkele Waalse kranten openslaat om eens te kijken wat er in België gebeurt, krijgen ze meteen een ongemakkelijk gevoel. Dat spreekt voor zich.
Ten tweede hebben bepaalde politieke partijen lang en hard gezocht naar een belasting die we in België nog niet kennen: een vermogensbelasting!
Ons land is al wereldkampioen als het gaat om belastingdruk, maar dat betekent natuurlijk niet dat er geen ruimte meer is voor nog een nieuwe belasting.
Laat de rijken de crisis betalen! Dergelijke uitspraken doen het altijd goed. En aangezien de meeste mensen niet rijk zijn, verlies je er zeker geen kiezers mee. Wie zegt er dat politiek niet gemakkelijk kan zijn?
Of een dergelijke belasting uiteindelijk zal leiden tot meer inkomsten en een betere economie, vragen ze zich natuurlijk niet af.
Er zijn bovendien voorbeelden genoeg van landen die een dergelijke belasting hebben ingevoerd en vervolgens geconfronteerd werden met een gigantische kapitaalvlucht. Het sop is de kool niet waard, heet het dan zo mooi.
Misschien is het niet zo’n geweldig idee om de mensen die de overheidsschulden voor een groot deel financieren het land uit te jagen? Heeft daar al eens iemand bij stil gestaan?
Wanneer het kapitaal de grens oversteekt, tot wie gaat de overheid zich dan richten om de torenhoge schulden te financieren? Is het mogelijk dat de financiële markten zich daar ongerust over maken? Reken maar!
Ten derde, en dat kunnen we niet ontkennen, is er inderdaad de politieke instabiliteit. Maar laten we alsjeblieft niet doen alsof die instabiliteit een gegeven is van de voorbije weken.
In de voorbije drie jaar, hadden we 5 verschillende regeringen. Nee, eigenlijk twee jaar. Want het vormen van de eerste regering nam al bijna een volledig jaar in beslag.
Drie jaar lang hebben politici van alle politieke partijen aan de inwoners van dit land bewezen dat de huidige structuren niet meer werken.
Er kunnen simpelweg geen (belangrijke) beslissingen meer genomen worden. Dat kan zelfs de grootste optimist nog amper weerleggen.
Voeg daar een federale overheid aan toe die wel nog over behoorlijk wat bevoegdheden beschikt, maar niet over de nodige centen en je zit met een probleem. Een bijzonder groot probleem, als je het mij vraagt.
De vraag is dus niet of we een periode van instabiliteit tegemoet gaan, maar wel hoe er een einde gemaakt kan worden aan de huidige chaos die ons land al drie jaar in een wurggreep houdt!
Maar ach, het zal allemaal zo’n vaart wel niet lopen op de financiële markten, toch? België vergelijken met Griekenland of de andere zwakke broertjes van Europa, is toch een brug te ver?
Wel, mijn beste lezer, daar zou ik niet zo zeker van zijn.
Economen, bankiers en politici mogen ons dan proberen gerust te stellen, maar dat maakt op mij persoonlijk bijzonder weinig indruk.
Al is het maar omdat het grotendeels over dezelfde mensen gaat die ten tijde van de bankencrisis ook al sussende taal spraken. We weten hoe dat is afgelopen, nietwaar?
Met een staatsschuld van 100% … een allergie aan besparingen … en een vergrijzende bevolking, behoort België wel degelijk tot de landen in de gevarenzone.
En ja, je kan dan het éne element waar België wel goed scoort (ons begrotingstekort) ophemelen maar echt geloofwaardig kom je zo niet over.
Een land met een schuldgraad van 100% ten opzichte van het BNP kijkt zelfs met “kleinere” tekorten van 5% over vier jaar aan tegen een onhoudbare schuldpositie van 120%.
Niet bepaald een geruststellend vooruitzicht. En het wordt nog erger wanneer je bedenkt dat al deze negatieve zaken niet ééns rekening houden met twee elementen die eigenlijk bijna onvermijdelijk zijn:
1) Uitgaven die in de toekomst sneller stijgen dan het BNP. De fameuze vergrijzing!
2) Historisch lage rentetarieven die eigenlijk alleen maar kunnen stijgen
Wat dit land nodig heeft, zijn politici die een “sense of urgency” aan de dag leggen. Niet alleen om eens flink het mes te zetten in de gigantische uitgaven, maar ook om een staatsstructuur te creëren die het land weer werkbaar maakt.
Enkel dan hebben we nog een waterkans om uit de financiële puinhoop te geraken. Maar laat duidelijk zijn dat er geen moment verloren meer kan gaan om deze moedige beslissingen te nemen.
Posted: June 7th, 2010 | Author: marcdemesel | Filed under: Permanente Portefeuille, aandelen, goud, obligaties | Tags: Marc De Mesel, Permanente Portefeuille, staatsobligaties | No Comments »
Aandelen zijn in mei sterk gedaald met -5,9%. Echter, obligaties staan +5,2% hoger en goud schoot door het dak met +11,8% waardoor de permanente portefeuille op een maand tijd +3,2% toevoegt aan uw kapitaal.
Hier de rendementen van de permanente portefeuille en zijn activa sinds begin dit jaar:
 |
| Figuur 1: Rendementen Europa in 2010 |
Dat aandelen terug daalden in mei met -5,9% verbaast me niet maar dat die obligaties zo sterk presteren toch wel. De lange termijn Duitse staatsobligaties zijn maar liefst +5,2% gestegen de laatste maand. Ze leveren aan interest maar 4% per jaar op, maar de obligaties hebben al +13,6% rendement opgeleverd op 5 maand waarvan slechts 2% interest is en de rest meerwaarde. Hoelang dit feestje bij de Duitse staatsobligaties nog gaat duren weet ik niet, maar wij profiteren alvast mee van de bubbel tot hij volledig is uitgeknepen.
Goud staat nog veel sterker dan de obligaties. Op een maand tijd +11,8% hoger. Het was niet om schade in te halen. Goud stond al in ‘pole position’ vorige maand met +15% en staat nu op +28,5% waardoor de permanente portefeuille op +8,7% staat op slechts 5 maand tijd. Zij die hebben liggen wachten op een correctie om goud te kopen zijn gezien voor de moeite. That’s why you never try to time the market, toch niet als je een permanente portefeuille inneemt. Zoals Gember op een andere weblog goed uitlegt: alles kopen in 1 keer is de boodschap.
Roland Vandamme zat er de voorbije maand dus weer PAL op. Fysiek goud is wat je moet hebben. De permanente portefeuille is de enige defensieve portefeuille dat goud respecteert en het voor een degelijke 25% aanhoudt. We plukken dan ook de vruchten. Terwijl de meeste beleggers met hun defensieve portefeuilles met teveel aandelen en bedrijfsobligaties en nauwelijks en meestal zelfs geen goud weer verliezen boeken, en mensen met spaarrekeningen een magere 1-2% krijgen terwijl de inflatie weer aantrekt, slaagt de permanente portefeuille erin de inflatie te verslaan en uw koopkracht langzaam maar zeker te doen toenemen.
De permanente portefeuille bereikt dit zonder nog maar de moeite te doen de markt te proberen voorspelen. Geen enkele goeroe, vermogensbeheerder of bank dient betaalt te worden om de rendementen van de permanente portefeuille te behalen. Een glazen bol heb je er niet voor nodig, maar wel een ijzeren discipline om bepaalde activa te kopen waar je niet in gelooft en af en toe bij het balanceren activa te verkopen waar je wel in gelooft.
De permanente portefeuille dwingt je bijvoorbeeld 25% aandelen te hebben, zelfs wanneer je gelooft dat aandelen het slecht gaan doen. En inderdaad, omdat aandelen vandaag dalen kan je stellen dat ze veel van het rendement van je goud en obligaties teniet doen. Maar toch geeft het me een veilig gevoel die aandelen te hebben. Ik geloof dat goud 9 kansen op 10 de beste investering zal blijken de komende jaren. Maar ik ben niet bereid mijn kapitaal te verliezen indien die 1 kans op 10 toch zou gebeuren en goud de slechtste investering zou blijken.
Want als er één zaak is waar ik echt schrik van heb dan is het wel heel mijn kapitaal verliezen aan een fout gelopen speculatie. De gebroeders Hunt zijn in de jaren 80 met een te geconcentreerde edelmetaal portefeuille hun hele familiekapitaal verloren op 10 jaar tijd. Een familiekapitaal dat was opgebouwd over generaties heen.
Dit is sneller gebeurd dan je denkt. Het gebeurt wanneer je denkt dat de toekomst voorspelbaar is en je uw hele kapitaal erop inzet. Want wat steeds opnieuw onderschat wordt is hoe moeilijk het is de toekomst te voorspellen. De gebroeders Hunt hadden een zeer sterke case in de jaren 70. Vandaag zit iedereen al hyperinflatie te roepen terwijl de intrestvoeten op nul staan en we weten dat een fiat muntsysteem wel degelijk welvaart (jaren 80-90) en zelfs deflatie en dalende prijzen (Japan, jaren 90) kan voortbrengen.
Maar dan moet je jezelf eens proberen inbeelden hoe dat was eind jaren 70? Toen waren de intrestvoeten niet aan het dalen maar waren ze reeds jaren aan het stijgen. Dit kwam natuurlijk doordat men in 1971 de goudstandaard volledig had losgelaten en je voor je dollars geen vaste hoeveelheid goud meer kon krijgen zoals altijd het geval was geweest. Hierdoor kon de overheid eindelijk zoveel geld printen en uitgeven als ze wilden zonder ooit de rekening te moeten betalen in goud. De inflatie explodeerde dan ook en de prijzen in de winkel en de prijs van goud steeg in de jaren 70 aan een steeds sneller tempo:
 |
| Figuur 2: Rendementen Amerika Jaren ‘70 |
Tegen eind jaren 70 ging goud aan 100% per jaar hoger! Of, anders bekeken, verloor de dollar 50% van zijn waarde in goud. Ook de officiële inflatie ging boven de 10%. Je kon niet anders dan concluderen dat het loslaten van de goudstandaard inderdaad een drama was. Dat een hyperinflatie aan het ontstaan was. Dat de wereld het geloof in de dollar volledig aan het verliezen was. Het was onmogelijk dan te weten dat een periode van welvaart, laat staan deflatie, in een fiat geldsysteem wel degelijk mogelijk was.
Op dat moment het grootste deel van je kapitaal in goud of zilver smijten was niet speculatief, maar het enige rationele dat je kon doen. Echter, hierdoor zijn de gebroeders Hunt wel hun hele familiekapitaal verloren want vervolgens in de jaren 80 gebeurde wat bijna niemand voor mogelijk achtte. Onder leiding van Ronald Reagan en Margaret Thatcher werden de overheidstekorten opeens wel teruggedrongen. Niet door belastingverhogingen maar wel door belastingverlagingen! Niet door het uitbreiden van de sociale zekerheden en het overnemen van verlieslatende bedrijven maar wel door te snoeien in de sociale zekerheid en staatsbedrijven massaal te privatiseren.
Paul Volcker deed er nog een schepje bovenop en deed wat ook weer bijna niemand voor mogelijk achtte: de intrestvoeten zwaar optrekken naar 15% zodat dollars terug meer opbrachten dan de inflatie en dollars lenen terug zeer kostelijk werd. Het gevolg was dat mensen stopten met lenen en spenderen maar terug begonnen sparen. Paul Volcker wist dat hij hierdoor velen in de problemen zou brengen maar het enigste dat voor hem telde was de dollar terug in ere herstellen. Bedrijven verkochten minder en de werkloosheid steeg. Vele huiseigenaars met een variabele intrestvoet dienden een hogere intrestvoet te betalen waardoor ze de lening niet meer konden afbetalen.
Dit sleurde vele banken naar het faillissement en guess what: this time no bailout! (Hier heeft onder andere Marc Faber naar eigen zeggen zich aan verbrand, hij had zijn cliënten geadviseerd die spotgoedkope banken uit Texas op te kopen en vervolgens gingen ze allemaal failliet, vandaar dat hij vandaag niemand meer aanraadt banken te kopen). Maar zelfs vele landen kwamen door die hoge intrestvoet ernstig in de problemen en hier ook: geen bailout! Het gevolg was dat vele naties zelfs over kop gingen (Enkel in Europa al: Polen, Roemenië, Servië, Turkije).
De pijnlijke recessie van begin jaren 80 wierp zijn vruchten af en we kregen daarna een enorme welvaartsperiode waarbij aandelen 20 jaar zijn gaan stijgen en goud 20 jaar is gedaald:
 |
| Figuur 3: Rendementen Amerika Jaren ‘80 en ‘90 |
Je ziet dat goud zowel in de jaren 80 als in de jaren 90 een ramp was. Goud heeft uw koopkracht in de jaren 80 doen afnemen met -54%, gedeeld door 2 dus, en in de jaren 90 nog eens -50%, nog eens gedeeld door 2. Echter, desondanks de permanente portefeuille 25% goud heeft is er nauwelijks een jaar met verlies en is de permanente portefeuille er zelfs in geslaagd uw koopkracht te doen toenemen met +52% in de jaren 80 en +51% in de jaren 90.
Dus, als we morgen tegen alle verwachtingen in weer een welvaartsperiode zouden krijgen en goud het slecht zou doen dan zal je zien dat de permanente portefeuille er toch in slaagt uw koopkracht te behouden dankzij de 25% aandelen.
Daarom is die permanente portefeuille zo schitterend. Je kan met een gerust hart 25% van uw kapitaal in fysiek goud steken. Als het fout gaat met goud is de kans groot dat je toch je koopkracht behoudt.
Velen denken vandaag bijvoorbeeld dat zowel aandelen alsook obligaties een ramp gaan worden de komende 10 jaar. Gezien 50% van de permanente portefeuille in aandelen en obligaties zit kan je uzelf afvragen, zal de permanente portefeuille dan nog werken? Wel, dat is net wat gebeurd is in Japan in de jaren 90. Het was dan wel niet goud en obligaties maar wel goud en aandelen die beiden een drama waren:.
 |
| Figuur 4: Rendementen Japan jaren ‘90 |
Aandelen hebben in Japan in de jaren 90 uw koopkracht doen afnemen met -40%, goud met -54%. Cash deed het ok maar vooral de obligaties deden het uitmuntend waardoor uw verliezen beperkt bleven. Uw koopkracht was wel afgenomen met -5% maar dat is volgens de officiële inflatiecijfers die zogezegd gemiddeld 1,2% per jaar zijn geweest. Echter, vastgoed prijzen rekent men nooit in de inflatiecijfers. Nochtans is vastgoed het duurste gebruiksgoed voor iedereen en telt de prijs zeker mee! Residentieel vastgoed is in Japan in de jaren 90 gedaald met -50%. Dus uw koopkracht ten opzichte van een huis is met de permanente portefeuille verdubbeld op 10 jaar tijd. Die -5% koopkracht verlies is dus te relativeren …
Met een spaarrekening had je in Japan in de jaren 90 inderdaad een beter resultaat dan de permanente portefeuille. Zoals je ziet heeft cash op de veiligste spaarrekening (bij de Japanse overheid dus) uw koopkracht doen toenemen met +19%. Maar die Japanse overheid heeft zijn schuld in de jaren 90 enorm doen oplopen waardoor je terecht schrik kon krijgen voor een faillissement van die overheid. Dan mag het achteraf bekeken wel meer opgebracht hebben, een goede nachtrust zou het voor mij niet geweest zijn.
Bovendien, laten we eens kijken wat cash de volgende 10 jaar heeft opgebracht:
 |
| Figuur 5: Rendementen Japan jaren ‘2000 |
Cash heeft in Japan de laatste 10 jaar slechts 0,2% per jaar opgebracht, zo goed als niets dus. Met andere woorden, wat wij ook vandaag meemaken, namelijk dat onze cash niets meer opbrengt, hebben de Japanners 10 jaar aan een stuk gekend. De inflatie was 10 jaar aan een stuk niet hoog, straffer nog, het was een negatieve inflatie van gemiddeld -0,1% per jaar. Uw geld werd elk jaar dus 0,1% méér waard en je kon dus elk jaar iets meer kopen als het jaar ervoor, zonder interest te ontvangen!
Een echte deflatie dus in een fiat munt terwijl de overheid de schulden nog veel hoger liet oplopen als bij ons en de banken ook allemaal werden recht gehouden, en dit met vooral veel bijgeprint geld! Gezien vastgoed (en huurgelden) in Japan ook in de jaren 2000 zijn blijven dalen ziet het er nog beter uit dan die officiële cijfers en is de koopkracht van het geld waarschijnlijk toegenomen met 0,5% tot 1% per jaar.
De permanente portefeuille bracht een stuk meer op dan 0,2% per jaar, namelijk gemiddeld 2,9% per jaar waardoor uw koopkracht ook hier weer is toegenomen met een +30% op 10 jaar tijd. Dus ook tijdens de grote deflatie in Japan, die nu al 20 jaar bezig is, is de permanente portefeuille erin geslaagd cash op de veiligste spaarrekening te verslaan.
Noteer ook dat aandelen in de jaren 2000 in Japan weer jaarlijks gemiddeld gedaald zijn met -5,9% en uw koopkracht hebben doen afnemen met nog eens -42%. En dit nadat in de jaren 90 aandelen ook -4% hadden verloren per jaar en uw koopkracht ook hadden doen afnemen met -40%. En wij in het Westen liggen dan moord en brand te schreeuwen omdat aandelen bij ons op 11 jaar tijd uw koopkracht hebben doen afnemen met ocharme -11%:
 |
| Figuur 6: Rendementen Europa jaren ‘2000 |
Wel, het kan nog veel erger. Het is geen enkel probleem om de komende 10 jaar niet -10% te verliezen maar nog eens -40% koopkracht te verliezen met aandelen. Als uw pensioen dan in een portefeuille zit met 50% aandelen zal het zeer pijnlijk worden.
Wat ik op het goud congres te weinig geaccentueerd heb zijn de resultaten van de permanente portefeuille in 2008. Ik had verteld dat mijn portefeuille in 2008 -10% had verloren. Nochtans had ik slechts 15% van mijn kapitaal in aandelen maar omdat zilver, tegen mijn verwachtingen in, ook hevig was gedaald in 2008 had ik toch -10% verlies.
Maar kijk eens wat de permanente portefeuille gedaan heeft in 2008 (figuur 6). Desondanks aandelen gedaald zijn met -43%, en de permanente portefeuille 25% aandelen had, is ze er toch in geslaagd slechts -3% verlies te hebben in 2008. Knap vind ik dat, zeer knap. Een stuk beter als mezelf! Daarom heb ik besloten een permanente portefeuille te nemen (en natuurlijk ook omdat Harry Browne me heeft doen beseffen dat speculeren met je pensioen gevaarlijk is, en ook onnodig is.).
Wat ik ook niet genoeg benadrukt heb op het congres is dat de permanente portefeuille niet elke 10 jaar, maar bijna elk jaar een stabiel en degelijk rendement heeft behaald, dat kan u in alle bovenstaande grafieken zien. Want ik sprak steeds over 10 jarige periodes en zo lijkt het alsof ik zeg dat je op 10 jaar bekeken het altijd goed gedaan hebt met de permanente portefeuille. Maar ik kan u verzekeren, dat volstaat niet voor mij!
Al die onzin over ‘lange termijn beleggen’. De meest irritante vraag van een vermogensbeheerders: ‘is het voor de lange termijn?’. Alsof ik enkel lange termijn mijn koopkracht wil behouden en korte termijn bereid ben serieuze verliezen te slikken? I don’t think so!
Als ik een jaar verlies heb van -10% ben ik behoorlijk slecht gezind en als ik -25% verlies op een jaar dan geef er de brui aan, en terecht! Hoe mooi de strategie ook moge lijken als ik op een jaar tijd zoveel kan verliezen dan werkt die strategie niet voor me. Wat me dus bevalt aan de permanente portefeuille is dat ze zo goed als elk jaar een aanvaardbaar rendement heeft behaalt en de koopkracht van het kapitaal vrij stabiel houdt (enige uitzondering is Japan in 1990 geweest met -13%, figuur 4).
De volgende anonieme vraag werd me gesteld:
“Marc, ik hoor zo van verschillende kanten dat de inflatie de komende 5 jaar heel zwak gaat zijn omdat de overheid heel sterk gaat moeten besparen. Is het dan wel verstandig om in goud te beleggen? aangezien goud precies enkel hard stijgt bij hoge inflatie? Buiten dat zie ik de eerstkomende 5 jaar ook geen sterke welvaart hierdoor, dus aandelen zie ik ook niet zo hard stijgen… Maar wat zijn jouw “speculaties” daarover? binnen dit en 5 jaar”
Ik had vrij bot gereageerd. Mijn verontschuldigingen hiervoor. Om degelijk te antwoorden:
Ik geloof ook dat de overheid zal besparen de komende jaren (maar ook de burgers en bedrijven) en dat dit in eerste instantie lage inflatie en zelfs deflatie betekent. Maar omdat in dergelijk klimaat banken en overheden dreigen failliet te gaan vlucht men wel naar goud. Met andere woorden, goud is goed tijdens zowel inflatie als deflatie. Roland Vandamme zei het nog beter: “goud is goed tijdens zowel sterke inflatie als sterke deflatie”.
Goud doet het vooral slecht tijdens periodes van zwakke inflatie en zwakke deflatie. Zoals tijdens de jaren 80 en 90 wanneer de prijstrend in de winkels langzaam stijgt (zwakke inflatie) en wanneer de rentevoeten langzaam dalen (zwakke deflatie). Maar wanneer de prijzen in de winkels snel stijgen (sterke inflatie, jaren 70, of sterke devaluatie van de munt IJsland 2008) alsook wanneer de rentevoeten snel dalen (sterke deflatie 2008) doet goud het goed.
Maar al die deflatie/inflatie discussies zijn zeer verwarrend omdat de termen verkeerd gebruikt worden. Eenvoudiger gesteld werkt het zo: tijdens periodes van welvaart met af en toe een kleine recessie is goud een slechte investering. Echter, tijdens grote crisissen is goud een goede investering. Wat we vandaag zien gebeuren is geen kleine recessie maar is een grote crisis. Gezien ik geloof dat 9 kansen op 10 de crisis veel erger zal worden geloof ik ook dat 9 kansen op 10 goud de beste investering zal blijken.
Wat me vooral sterkt in deze mening is dat Roland Vandamme er ook zo over denkt. Want mijn probleem is dat ik een slechte speculant ben. Ik zie wel de grote lijnen (denk ik) maar met mijn eigen geld doe ik de domste dingen omdat ik het lef niet heb en te onzeker ben.
Wanneer mijn speculatie fout blijkt durf ik niet blijven zitten om dan achteraf te merken dat ik wel had moeten blijven zitten. Wanneer mijn speculatie juist is stap ik dan weer te snel uit om achteraf te zien dat het blijft stijgen. En vooral, wanneer ik speculeer dan ben ik daar constant mee bezig, “zou ik verkopen”, “zou ik kopen?”. Daarom dat ik nu Roland Vandamme zijn open portefeuille volg voor familie dat wil speculeren, gewoonweg omdat ik van de zorgen vanaf wil zijn en omdat zijn resultaten toch veel beter zijn geweest als de mijne.
Hier Roland Vandamme zijn rendementen van de laatste 10 jaar:
- 2000: +31%
- 2001: +20%
- 2002: +52%
- 2003: +15%
- 2004: +1%
- 2005: +30%
- 2006: +15%
- 2007: +12%
- 2008: -9%
- 2009: +31%
- 2010 (op 7 mei): +17%
- Sinds 29 september 1999: +562%
- Rendement op jaarbasis: 19,67%
Dergelijke resultaten zijn uitmuntend. Vooral het feit dat hij in 2008 slechts -9% was verloren en tijdens de dotcom crisis in 2001-2003 niets is verloren is uitzonderlijk. Hij heeft bewezen dat hij er wat van kan. Waarom je nog bezig houden met speculeren als je voor 250 euro per jaar een nieuwsbrief kan ontvangen dat je in detail de portefeuille toont, een portefeuille die het beter doet dan Warren Buffet?
Uiteraard, Roland Vandamme kan ook falen. Hij heeft een zeer geconcentreerde portefeuille met veel goud en zelfs nog wat turbo’s en grondstofbedrijven. Ik zeg dus: doe het enkel met kapitaal dat je u kan permitteren te verliezen of bereid bent te riskeren want elke geconcentreerde portefeuille kan ook enorme verliezen geven.
Wat me vooral zorgen maakt is dat vandaag zoveel Belgen en Nederlanders nog zwaar geconcentreerd zitten in vastgoed, op spaarrekeningen, of in traditionele defensieve portefeuilles zonder een degelijke portie goud en cash.
Ik heb angst. Angst dat we hier ook een Japan scenario gaan krijgen maar dan iets erger, meer richting de grote depressie van de jaren 30 met veel devaluaties van de munt erbij. Dus obligaties worden een ramp, aandelen ook, goud doet het als enige echt goed en vastgoed en bedrijfsobligaties worden net zoals in de grote depressie ook povere of slechte investeringen.
De kans is reëel dat spaarrekeningen net zoals in Argentinië 2001 geblokkeerd worden, en wanneer je er terug aankan, er intussen een serieuze devaluatie is gebeurd en je nog maar de helft ermee kan kopen. In IJsland 2008 werden de rekeningen niet geblokkeerd maar elkeen dat erop bleef zag de prijzen in de winkel verdubbelen tot verdriedubbelen terwijl de spaarrekening slechts 10% opbracht. Ook op die spaarrekeningen werd je koopkracht gehalveerd.
“The best time to panic is generally before everybody else does.”
Daarom denk ik:
- Indien je portefeuille vandaag grotendeels nog bestaat uit vastgoed, obligaties, aandelen of kunst, verkoop vandaag nu je nog een degelijke prijs krijgt.
- Blijf weg van spaarrekeningen en zet er enkel op waarvan je bereid bent de helft van de koopkracht te verliezen.
- Mijd als de pest traditionele defensieve portefeuilles met enkel aandelen en obligaties. Dit heeft elke IJslander zijn koopkracht niet gehalveerd maar zo goed als volledig vernield in 2008.
Vervolgens steek je:
- het kapitaal dat zijn koopkracht niet mag verliezen, omdat je het nog nodig hebt voor belangrijke zaken, in een permanente portefeuille.
- het kapitaal waar je een gokje mee wil wagen in de hoop uw koopkracht serieus te doen toenemen, in een Roland Vandamme portefeuille.
Voor de rest, sit back, enjoy en veel zomergenot toegewenst.
Pas op: Dit is een persoonlijke mening, u blijft verantwoordelijk voor uw eigen beslissingen, geen enkele transactie dient gemaakt te worden op basis van wat u hier leest.
Marc De Mesel
Hoe Uw Koopkracht Behouden:
http://www.marcdemesel.be/