Beurstaks, lage rentes en zeepbellen
Quizvraag: in welk land verhoogt men de taks op beursverrichtingen op enkele maanden tijd tweemaal, eerst met 29% en vervolgens nogmaals met 14%? Antwoord: only in Belgium!
Ten eerste schoffeert men (particuliere) beleggers. Men noemde ze zelfs speculanten. Bizar dat een échte speculant zoals de Dexia Holding, de hand boven het hoofd wordt gehouden en wordt voorzien van waarborgen die zo risicovol zijn dat ze de financiële ondergang van het land zouden kunnen betekenen, terwijl mensen die voor hun pensioen verstandig beleggen in aandelen, met belastingverhogingen worden gepest en bovendien voor speculant worden uitgemaakt.
Ten tweede stelt men risicokapitaal, want dat zijn en blijven aandelen tenslotte, in een slecht daglicht. Blijkbaar wenst de regering enkel dat beleggers de eigen staatsobligaties kopen (geen verhoging van de beurstaks) en het aandelenbeleggen dan maar de rug toekeren. Het zou nochtans beter zijn als beleggers niets in de weg wordt gelegd om te investeren in bedrijven en de economie, i.p.v. overheden die hun financiën niet op orde hebben, nog meer schulden te laten aangaan.
Ten derde nodigt elke belastingverhoging uit om ze te omzeilen, wat hier ongetwijfeld ook zal gebeuren. Door steeds meer en bijkomende belastingen op te leggen, creëert men bij de bevolking de gewoonte om op alle mogelijke manieren die belastingen te ontlopen (zowel legaal als illegaal). De uiteindelijke inkomsten liggen vaak lager dan wat men initieel had begroot. Meer belastingen, meer inefficiëntie en meer bureaucratie halen de bovenhand.
Wellicht kunnen we met deze opsomming nog wel een tijdje doorgaan. Er is in principe geen goed woord over te schrijven, maar toch mogen we dit niet dramatiseren.
Als valuebeleggers houden we aandelen vaak enkele jaren bij. We zijn dus geen hyperactieve beleggers die elke dag transacties doen, waardoor we dagelijks meermaals de beurstaks verschuldigd zouden zijn.
Daarnaast zijn de brokertarieven de jongste jaren enorm sterk gedaald. Het is vandaag veel goedkoper om in aandelen te handelen dan pakweg 10 of 15 jaar geleden. Die halve procent beurstaks (0,25% per aankoop en 0,25% per verkoop) is een halve procent te veel, maar zal ons als langetermijnbeleggers zeker niet de handdoek doen gooien.
Beleggers kampen met (licht) hogere kosten, spaarders kampen met steeds lagere opbrengsten.
De (basis)rente op spaarboekjes in België daalde onlangs opnieuw. Marktleider BNP Paribas Fortis biedt nu minder dan 1%. We hebben nooit begrepen waarom een bank met een voor de klant hoge kostenstructuur en lage vergoedingen op spaargeld, de marktleider kan zijn.
Blijkbaar geven mensen dus niet om hun geld en aanvaarden ze dat het jaarlijks waarde verliest.
De centrale bank heeft een belangrijke sleutel in handen om de inflatie, die in werkelijkheid trouwens hoger ligt dan officieel wordt geafficheerd, in te tomen. Maar wat meer inflatie is beter voor wie schulden heeft ─ de meeste westerse landen ─ en ondertussen slikt de bevolking zonder enige vorm van protest of actie deze verdoken vorm van belasting.
De Amerikaanse centrale bank (FED) zette onlangs de geldkraan niet nog verder open. Kwantitatieve verruiming (QE), of het creëren van geld, was iets waarop beleggers blijkbaar al gingen hopen, getuige de daling van de beurskoersen op het bericht dat de FED geen rondje QE plande.
Het is eigenlijk een beetje vreemd dat beleggers teleurgesteld waren. Immers, zou het niet beter zijn dat de economie zelfvoedend en vooral op een duurzame manier terug wat begint te groeien? Een gedopeerde economie brengt op termijn meer voor- dan nadelen.
De permanente crisis waarin we ons nu bevinden is er precies gekomen door het te lakse beleid van de centrale banken (en o.a. ook door foute deregulering). Beleggers zouden eigenlijk blij moeten zijn dat de economie groeit zónder tussenkomst van de FED. Maar QE zorgt natuurlijk wel voor activa-inflatie (asset inflation) en het vormen van zeepbellen en dat zien beleggers liever. Dat zo’n zeepbel nadien dan ontploft, met alle gevolgen van dien, is een zorg voor later, waaraan men meestal denkt als het te laat is.
Misschien helpen al die spaarders, die uiteindelijk toch hun buik vol zullen krijgen van de ultralage spaaropbrengsten, bij het blazen van die zeepbellen. Bij SMART Capital zitten we nu al klaar in activa waarop men zich wel eens zou kunnen storten.
Wanneer gaat de yen door de knieën?
Japan kampt met een probleem, eentje zelfs van serieuze omvang. De koers van de yen is op de valutamarkten fors de lucht ingeschoten en dat is vanzelfsprekend geen goed nieuws voor de Japanse bedrijfswereld. Die is namelijk in niet onaanzienlijke mate afhankelijk van de export.
Een dure yen maakt die export steeds moeilijker. Maar de problemen zitten nog dieper. Als gevolg van de gestegen koers van de yen heeft de Japanse bedrijfswereld rake klappen gekregen. Veel sleutelsectoren van de Japanse industrie – denk maar aan automobiel en elektronica – zitten in het hoekje waar de slagen vallen en gaan daar niet snel uit raken.
Wat moet er gebeuren? Een devaluatie van de Japanse yen is noodzakelijk en als het even kan liefst nog snel ook. Bovendien moet die devaluatie serieuze proporties aannemen, zo niet dreigt ze weinig op te lossen. De tijd klinkt met andere woorden ongenadig tegen de Bank of Japan.
Sommige analisten maken zich sterk dat het slechts een kwestie van dagen zal zijn alvorens een devaluatie van de yen zal worden doorgevoerd. Het probleem is dat wanneer de Japanse centrale bank te lang aarzelt de rente op Japanse staatsobligaties de lucht in gaat jagen.
Alleen een grote en plotse devaluatie kan de rente in Japan laag houden. Bovendien maken de beleggers zich grote zorgen over de solvabiliteit van de Japanse regering, die met een grote schuldenberg te kampen heeft. Het is daarom noodzakelijk dat er snel iets gebeurt, anders dreigt de situatie in Japan helemaal te ontsporen.
Martin Armstrong’s voorspellingen
Martin Armstrong, voormalig hoofd van Princeton Economics International, maakte in 1998 enkele opmerkelijke voorspellingen die tot op vandaag allemaal zijn uitgekomen. Als de laatste voorspelling ook nog zou uitkomen, kunnen we goud en zilver dezelfde stijging zien maken als in de jaren ’70. Zilver steeg toen 3.099 % (nu zou dat $ 129,56 betekenen) en goud met 2.276 % (nu zou dat $ 5.975,65 betekenen).
Martin Armstrong’s voorspellingen van 1998 (zie laatste blad van deze presentatie):
1998: Val van Rusland
1999: Laagtepunt goud en olie
2000: Technologiebubbel
2002: Bodem Amerikaanse aandelenmarkt
2007: Vastgoedbubbel, olie tot $ 100
2009: Begin schuldencrisis Westerse overheden
2011 – 2015: Japanse economische achteruitgang, Euro begint te breken door schuldencrisis
2015: Big Bang Westerse schuldencrisis
Het kredietprobleem in de VS: studentenleningen
Steeds meer studenten maken gebruik van een lening om hun studies te betalen. De leningen beginnen gigantische proporties aan te nemen zonder enige garantie dat ze ooit terugbetaald gaan worden. Een volgende tijdbom van het Amerikaans kredietsysteem.
Afgestudeerde hogeschool en universiteitsstudenten van 2010 hadden een gemiddelde schuld van $25.250 per student aan studentenleningen. Het totaalbedrag aan studentenleningen bedroeg in begin 2011 meer dan $ 1 biljoen. Dit is 14 keer meer dan 15 jaar geleden en meer dan de kredietkaartschuld die $ 800 miljard bedraagt.
Nog verontrustend is dat 1/3e van deze leningen aangegaan zijn bij de federale overheid (zie grafiek). In dat systeem worden de leningen terugbetaald over een heel lange periode en de afbetaling si gebaseerd op het inkomen. Met een hoge werkloosheidsgraad is de defaultkans op deze leningen uiteraard bijzonder hoog.
Via Pragcap
Handboek voor een euro-exit
- Organiseer een speciale zitting van het parlement op zaterdag. Hierin worden nieuwe wetten vervaardigd met de omzetting van de munt naar nieuwe Drachme (Lire,Peseta,…), kapitaal controle, herschikking van de schulden,…
- Creëer een nieuwe munt als legaal betaalmiddel. Alle deposito’s en schulden binnen de landsgrenzen worden omgezet naar de nieuwe munt.
- Maak de eigen centrale bank bevoegd voor het monetair beleid, bepaling van de rentevoeten,…
- Stel kapitaalcontrole in. Alle elektronische transfers in euro’s naar het buitenland worden tegengehouden. Alle oude euro’s die niet omgezet zijn, worden tegengehouden.
- Vaardig een of enkele bankvakantiedagen uit zodat de banken de tijd krijgen alles om te zetten en te voorkomen dat euro’s worden afgehaald om in het buitenland te deponeren.
- Organiseer een grote operatie om een stempel te zetten op alle eurobriefjes.
- Print zoveel mogelijk nieuwe biljetten van de nieuwe munt om deze om te ruilen tegen de oude biljetten met een stempel op. Eens er genoeg nieuwe biljetten zijn, kan je de oude waardeloos verklaren.
- Laat de nieuwe munt vrij verhandelen op de valutamarkten. Dit zal bijdragen aan de devaluatie om de verloren competitiviteit te herwinnen.
- Voorzie meer middelen voor de rechtbanken bevoegd voor faillissementen om de zondvloed op te vangen.
- Start onderhandelingen op om de bestaande schulden te herstructureren.
- Verwittig de ECB en andere centrale banken in de wereld om genoeg liquiditeit te voorzien in het systeem om de financiële stress op de markten op te vangen.
- Start onderhandelingen met de ECB voor de verdere afwikkeling van de activa en schulden.
- Hervorm de arbeidsmarkt en ontkoppel lonen van inflatie. Inflatie is onvermijdelijk. Om de competitiviteit te herstellen moeten de lonen en uitkeringen los staan van inflatie. Om de inflatie zo veel mogelijk in te perken moet men een devaluatie en structurele hervormingen doorvoeren.
Via Pragcap




