Eind 2008 gingen analisten uit van een gemiddelde winst van $77 voor de bedrijven die deel uitmaken van de S&P500. De uiteindelijke winstcijfers komen uiteindelijk 27% beneden deze verwachtingen uit op $56.
Niettemin ging de S&P500 in 2009 23% hoger. Ondanks de veel zwakker dan verwachte winsten!
Maar als belegger hoef je hiervan niet wakker te liggen. Diezelfde analisten vertellen nu dat de gemiddelde winsten in 2010 zullen toenemen tot $76. Dat is een toename van 36%. Realistisch? In de voorbije 76 jaar waren er slechts 6 periodes waarin een dergelijke winststijging werd opgetekend. En meestal was er een behoorlijke groei van het BNP voor nodig. De 4%-groei die economen verwachten in 2010 lijkt niet voldoende om een dergelijk huzarenstukje neer te zetten.
Maar zelfs indien deze waanzinnige verwachtingen worden ingelost, dan blijft er relatief weinig opwaarts potentieel. De S&P500 noteert nu 1136 punten en verdisconteert zo reeds 15 keer de verwachte winst. Dat komt precies overéén met het historisch gemiddelde waardoor aandelen bezwaarlijk goedkoop genoemd kunnen worden.
Kijken we naar de gerealiseerde winsten over 2009, dan noteert de S&P500 tegen maar liefst 20 keer de winst. En dat is toch vrij duur.
De huidige aandelenkoersen houden dus reeds rekening met een spectaculaire winstgroei in 2010 en bieden weinig ruimte voor negatieve verrassingen.
De Tijd publiceerde vandaag een opiniestuk van superspeculant George Soros.
Enkele opmerkelijke passages:
De omvang van het probleem is vandaag eigenlijk nog groter dan ten tijde van de Grote Depressie. In 1929 bedroeg het totaal aan uitstaande kredieten in de Verenigde Staten 160% van het BNP, tegen 1932 was dat opgelopen tot 250%. In 2008 zijn we begonnen aan 365% - en die berekening laat dan nog het doorgedreven gebruik van afgeleide producten buiten beschouwing.
En voor degenen die denken dat de strijd gestreden is en we over kunnen naar de orde van de dag, steekt Soros een waarschuwende vinger op:
Jammer genoeg zou het herstel kunnen stilvallen, en misschien komt er zelfs nog een tweede economische neergang, hoewel ik niet zeker weet of dat in 2010 of in 2011 zal zijn. Mijn opinie is allesbehalve uniek, maar ze steekt wel af tegen de overheersende stemming. Hoe langer de ommekeer duurt, hoe meer mensen ervan overtuigd zullen raken dat hij zal blijven duren.
Wijze woorden van George Soros en ik ben het volledig met hem eens. De grote massa mag dan wel denken dat deze crisis voorbij is, maar weet wel dat de massa zelden gelijk heeft.
Litouwen, Letland en Estland kampen met schuldenniveau’s die meer dan 100% van het BNP bedragen. Ze zijn zeker niet de enige maar wat deze landen uniek maakt, is de grote afhankelijk van buitenlandse schulden in vreemde valuta.
Dit betekent dat het onmogelijk is om de schulden af te betalen met …
… MONOPOLIEGELD!
Vandaar dat je niet meteen moet vrezen voor een default van Engeland, de VS of zelfs Japan. Zij zitten in de luxepositie dat ze gewoon valuta kunnen bijprinten om zo de schulden af te lossen. De oplossing kan soms simpel zijn. Al is maar de vraag of het een oplossing is.
Ijsland ging als eerste land tijdens deze crisis failliet. Wie volgt? Verschillende landen zijn kandidaat voor deze zilveren medaille.
Misschien Ierland waar de banksector in zijn geheel insolvabel is en de overheid waarschijnlijk tot nationalisatie dient over te gaan bij nieuwe problemen.
Een dergelijke maatregel zou ook meteen het einde van Ierland betekenen. De financiële sector is 8 keer groter dan het bruto binnenlands product. De overheid is simpelweg niet in staat om dergelijke verliezen te blijven opvangen.
Of misschien Japan? Met een schuld die nu meer dan 200% van het BNP bedraagt … een economische crisis die al 20 jaar aansleept … en een bevolking die vergrijst, ligt het hoofd in feite al op de kapblok.
Maar persoonlijk zet ik mijn geld op Groot-Brittannië. De financiële sector is met 490% van het BNP gigantisch. In de VS bijvoorbeeld bedraagt deze ratio amper 150%.
Een grote financiële sector is natuurlijk een nadeel in een kredietcrisis. Niet alleen omdat je als land gigantische bedragen moet injecteren om de banken te redden, maar ook omdat een groot deel van de fiscale ontvangsten komen uit de winsten van de banken.
Winsten die helaas smelten als sneeuw voor de zon …
Het IMF publiceerde zopas een rapport waaruit blijkt dat de Britse overheid voor 19,8% intervenieerde in de economie. Dit gaat zowel over kapitaalverhogingen bij banken als de aankoop van activa door de centrale bank.
Blijkt dat het bedrag dat de UK spendeerde ruwweg 4 keer groter is dan andere ontwikkelde landen!
Wie dergelijke bedragen in het rond strooit, kampt natuurlijk met ernstige begrotingstekorten. Groot-Brittannië verwacht dit jaar 7,8%, al denken sommigen dat het nog hoger zal uitvallen.
Het tekort bedraagt nu 175 miljard GBP. Deze bedragen lenen kan eigenlijk al niet meer. Maar gelukkig zitten ze niet in de euro waardoor ze rustig ponden kunnen bijprinten om de tekorten te financieren. Maar liefst 80% van het tekort wordt nu gefinancierd via de drukpersen.
Er keek dan ook niemand verbaasd op toen Fitch deze week waarschuwde dat de triple A-rating van het land in gevaar komt.
Maar de markten mogen gerust zijn. Het land neemt zijn verantwoordelijkheid. Niet door de uitgaven te verlagen, maar wel door meer binnen te krijgen. De belastingen zullen stijgen en het zijn vooral de hogere inkomens die geviseerd worden. Het ideale recept om het land helemaal naar de verdoemenis te helpen.
Vanaf 2010 zal het toptarief voor inkomens boven 150.000 GBP stijgen van 40% naar 50% … belastingen op dividenden gaan ook 10% omhoog … en men overweegt om de belastingen op meerwaarden op te trekken van 18% naar 25%.
Of het allemaal zal helpen, is nog maar de vraag. Volgens de berekeningen van IMF zijn maatregelen ten belopen van 12,8% van het BNP nodig en dat is eigenlijk onbegonnen werk.
Maar ik moet zeggen dat men niets aan het toeval overlaat en alles op alles zet om ervoor te zorgen dat het land alsnog de zilveren medaille binnenhaalt nadat eerder Ijsland al met goud ging lopen.
Niet dat het makkelijk zal zijn. Er zijn diverse kapers op de kust.