Goud en de marktspelers…
Hefboomfondsen of hedgefunds zijn marktspelers die met miljarden tegelijk in of uit de markt zitten. Specifiek aan dit type van fondsen is dat ze zowel long als short kunnen gaan, wat in de regel betekent dat ze voor gewin op korte termijn gaan.
Het voordeel van het engagement van deze hefboomfondsen in de goud- en zilvermarkt voor ons is dat zij een van de hoofdspelers zijn geworden : omdat zij beslissen voor goud te gaan (en zilver), kunnen ze de koersen in de praktijk fel opdrijven.
Nadeel is wel dat ze voor hevige schommelingen in de prijs kunnen zorgen, ook naar beneden, bij een exit.
Momenteel zitten de meeste participerende hefboomfondsen long en er komen er almaar bij. De beheerders en technici werken met computergestuurde handelsprogramma’s : automatisch kopen op bepaalde niveau’s en verkopen op andere. Dit kan in het laatste geval werken als een domino effect : eens er enkele uitstappen en de markt aldus in beweging zetten naar beneden, willen ze er allemaal uit, op hetzelfde ogenblik.
Er zijn nog belangrijke spelers in deze markt : de commerciële goudhandelaars; niet handelaars in de zin van verwerkers of juweliers maar handelaars in de zin van kopen-en-verkopen. Momenteel zitten zij zwaar short, ze rekenen of rekenden dus op een dalende goudprijs.
Echter : die is blijven doorstijgen met als gevolg dat deze partij “onder water” zit, op verlies staat. Tot deze categorie behoren onder meer enkele grote Amerikaanse banken zoals een JP Morgan, die niets liever zouden zien dan een daling van de goudprijs. Ze hebben op papier almaar meer goud (en zilver) verkocht in de hoop dit op een gegeven moment lager te kunnen terugkopen.
Maar de markt zit hen dus niet mee voor de laatste jaren… Elke keer dat goud stijgt moeten deze shorters, die op margin werken, met geleend geld dus, geld bijstorten op hun rekening of hun verliespositie verlichten door terug te kopen. Deze en andere grote spelers – zij zijn het die de opvallende bewegingen maken in de koersen.
Maar er is nog een andere groep, eertijds klein in omvang maar allengs groeiend en groeiend : de particuliere belegger. Hij kijkt naar de fundamenten van goud en zilver, heeft een weloverwogen keuze gemaakt en blijft daar ook bij. Hij bekijkt beleggen in goud heel anders dan de “groten”.
We zullen zien hoezeer deze partij in omvang en belang toeneemt en steeds meer invloed gaat uitoefenen. Het is dankzij hen en de professionele goudfondsen, die goud opkopen en van de markt weghalen, dat de investeringsvraag die van de vraag naar juwelen al overtreft, en hoe !
Op een zeker moment zal ook het grote publiek goud ontdekken. Massale kapitaalinjecties zullen een parabolische en nooit geziene stijging van de goudkoers tot gevolg hebben. Goud zal uiteindelijk in bubbel-territorium terechtkomen en het lot delen van alle bubbels : barsten…
M.i. gaan we echter niet één reusachtige, plotse stijging meemaken en dan een complete afgang, maar verschillende, kleinere bubbels zich zien vormen, de koers steeds hoger brengend. Op een gegeven moment zullen we dus ook corrigeren zoals vandaag het geval is. Dit zal helemaal niet het einde van deze stierenmarkt beteken. Steeds nieuwe beleggers zullen en steeds nieuw geld zal zich aandienen en instappen op de goudtrein.
De kunst zal zijn zo lang mogelijk te blijven zitten tot we op de bestemming – vooralsnog onbekend – arriveren. Zeker is wel dat de trein een berg aan het beklimmen is en we nog een lange rit voor ons hebben. We zullen ook verschillende keren halt houden, zoals vandaag bijvoorbeeld het geval is – wanneer stap jij op…?
De “Stinnes-strategie”: verdien een fortuin met inflatie
Inflatie werkt als een stile moordenaar voor je geld.
Het besluipt je langzaam … wint langzaam momentum … om je uiteindelijk te beroven van iedere cent die je bezit.
Het lot van “fiat currencies” is dat ze uiteindelijk evolueren naar hun intrinsieke waarde. En dat is niet meer dan de waarde van het papier dat gebruikt werd om de biljetten te drukken.
Inflatie neem je als belegger maar beter serieus. Geld dat “veilig” op je rekening staat, kan zo waardeloos worden bij een hevige opstoot van inflatie.
Is de bullmarkt in goud voorbij?
Gemeten in dollars is de goudprijs de afgelopen negen jaar op rij met gemiddeld 17,1% per jaar gestegen. Tijdens deze periode apprecieerde goud ten opzichte van alle andere valuta met dubbelcijferige percentages, waaronder met 11,9% gemiddeld per jaar ten opzichte van de euro. Goud is duidelijk één van de asset klassen die het beste presteerde het afgelopen decennium.
Met dergelijke uitzonderlijke resultaten over zo’n lange periode, is het logisch om jezelf af te vragen of de bullmarkt in goud over is. Het antwoord is een duidelijke nee. De reden is dat de koopkracht van alle nationale valuta wereldwijd nog steeds wordt uitgehold.
De bullmarkt in goud is de ene kant van de medaille, de bearmarkt voor nationale valuta welke begon in 1971 is de andere kant. In dat jaar verwerden deze valuta tot fiatgeld, niet langer inwisselbaar voor goud. Sinds dat moment bevinden alle fiatvaluta zich in een race naar de bodem om welke het eerst zijn totale koopkracht verliest en wordt gedumpt.
Veel valuta zijn de finish al gepasseerd. In de jaren tachtig stortten diverse Latijns-Amerikaanse munteenheden volledig in. Hetzelfde lot waren de Balkan valuta toegedaan in de jaren negentig en meer recent moest de Zimbabwaanse dollar het ontgelden. En alhoewel andere valuta als de Mexicaanse peso, de Russische roebel en de Turkse lira niet volledig zijn ingestort, is hun koopkracht nu stukken lager dan op hun toppunt.
Overheden in deze landen hebben via hun centrale banken hun heil gezocht in het bijdrukken van geld, wat tegenwoordig mooi “quantitative easing” wordt genoemd, ofwel monetaire verruiming. Simpel gezegd hebben centrale banken overheidsobligaties gekocht en deze omgezet in valuta, door of daadwerkelijk bankbiljetten bij te drukken of via een administratieve procedure nieuw gecreëerd geld bij te schrijven op de bankrekening van de overheid, die het geld vervolgens kan spenderen. Feitelijk hebben centrale banken overheidsschuld omgezet in concreet geld en konden zij zoveel geld bijmaken als ze wilden want zonder een directe link met goud is er geen discipline.
Tot 1971 kon geld alleen worden gecreëerd als er een goudreserve tegenover stond en waren nationale valuta handige substituten die circuleerden in plaats van onhandige gouden munten. Maar dit is allemaal drastisch veranderd. Als gevolg van het verwijderen van de discipline die een rem zette op de creatie van geld, maken overheden liever geld bij in plaats van het terugdringen van de overheidsuitgaven. Aldus worden valuta minder waard en neemt de prijs van goud, gemeten in die valuta, toe.
Met nationale valuta kan de burger voortdurend minder goederen kopen als gevolg van het beleid van overheden. Zolang dit niet verandert, zal de bullmarkt in goud blijven aanhouden.
*******************
James Turk is oprichter en zit in de raad van commissarissen van GoldMoney.com – The Best way to buy gold and silver. Hij is mede-auteur van The Collapse of the Dollar en uitgever van de Free Gold Money Report.




