Bill Gross waarschuwt voor implosie
Bill Gross van ‘s werelds grootste obligatiefonds PIMCO voorspelt een moeilijk 2012 met een implosie van de financiële markten. The world has too much debt, too little trust, and is vulnerable towards total collapse.
Bill Gross schrijft dat de ondergang van het huidige systeem begon begin 20e eeuw met de invoering van het fractioneel bankieren. Alles kwam pas echt in een stroomversnelling in 1971 toen de goudstandaard werd afgeschaft. Velen noemen het de dollar-standaard, maar in feite is het een krediet-standaard geworden. De Westerse wereld ontdekte krediet (= schulden) als groeimotor voor hun economie en welvaart.
Overheden investeerden in papier in plaats van tastbare goederen als bedrijven, goederen en een goed opgeleide arbeidsmarkt. Intrestvoeten werden kunstmatig verlaagd, schulden werden verpakt en doorverkocht, bankschulden werden doorgeschoven naar ontastbaar geachte overheden tot op het (huidige) punt waar het niet meer verder kon.
The financial markets are slowly imploding – delevering – because there’s too much paper and too little trust. Goodbye “Old Normal,” standby to redefine “New Normal,” and welcome to 2012’s “paranormal.”
De ECB deelt gratis geld uit
Europese banken hebben voor bijna € 500 miljard geld geleend bij de ECB. Op deze manier wordt een ineenstorting van het Ponzi-systeem weer voor zich uit geschoven. Banken en overheden kunnen verder spelen onder hun hoedje.
Europese banken kunnen geld lenen bij de ECB rond de richtprijs van 1 %. Het is natuurlijk niet al te moeilijk om investeringen te vinden die meer dan 1 % opbrengen zodat de banken gratis en voor niets de bonus op zak steken. Het zou niet verwonderlijk zijn moesten de banken dit gratis geld gebruiken om staatsobligaties te kopen tegen veel hogere rentevoeten. Met de winst van de spread kunnen ze hun balansen opsmukken. Tegelijkertijd dalen de rentevoeten op de obligaties, banken tevreden, overheid tevreden.
Door het fractioneel bankieren zijn de Europese banken totaal insolvabel geworden. Voor de € 3,92 biljoen aan deposito’s is er slecht voor € 211 miljard aan tegenwaarde voorzien, of minder dan 5 %. Dit wil zeggen dat als 5 % van de deposito’s zijn tegoed zou opvragen, het Europese banksysteem in elkaar klapt.
Het Europese bankmonster heeft zo steeds meer en meer geld nodig om zichzelf te voeden. Hieronder de grafiek van de balans van de ECB vóórdat het gratis geld uitleende aan de banken. Geen twijfel mogelijk dat dit leidt tot nog hogere inflatie.
Geschiedenisles
Vandaag wil ik even (ver) terug gaan in de tijd. Op deze manier kan je misschien beter begrijpen wat er allemaal verkeerd loopt in deze ‘moderne’ tijd.
Lang geleden bestond er nog geen geld en werden goederen tegen elkaar geruild. Door de eeuwen heen werd goud (en zilver) door de wereldwijde samenleving naar voor geschoven als het beste ruilmiddel. Dit hadden evengoed paarden, brood of graan kunnen zijn. Maar de mensheid heeft geleerd dat goud en zilver de beste handelsgoederen waren. Ze werden dan ook over heel de wereld aanvaard.
Een goudsmid hield goud bij in bewaring voor andere mensen. In ruil kregen de mensen een briefje met daarop de waarde aan goud die ze in bewaring hadden gegeven. Op een gegeven moment bedacht er een goudsmid om meer briefjes uit te schrijven dan dat hij goud in bewaring hield. Hij ging er van uit dat toch niet iedereen op hetzelfde moment zijn goud zou komen terugvragen. Zo is het bankieren ontstaan.
Waarom je geld niet bestaat
Weinigen weten hoe het financieel systeem werkelijk in mekaar steekt. Zelfs de meeste bankiers hebben geen idee van hetgeen ik je zo meteen ga vertellen.
Helaas zal je ook leren dat het systeem zoals we dat vandaag kennen zeer instabiel is en leidt tot een boom-bust model.
Het moderne bankieren kent eigenlijk zijn oorsprong bij de goudsmeden. Geld bestond toen nog gewoon uit munten van goud en zilver en deze werden vaak uit veiligheidsoverwegingen in bewaring gegeven bij een goudsmid.
De goudsmid gaf deze mensen een ticket dat als bewijs diende voor het goud dat in bewaring werd gegeven. Met dit ticket kon men steeds terugkeren naar de goudsmid en het goud weer ophalen.
Maar al snel gingen mensen deze tickets gebruiken als betaalmiddel. Ieder ticket was een perfect alternatief voor goud, dus waarom niet? Het papiergeld was geboren.
Onze goudsmid zag het allemaal gebeuren en kreeg een geniaal idee. Hij merkte dat mensen zelden hun tickets kwamen omruilen voor goud. Het was dus voldoende om een bepaalde hoeveelheid goud in “reserve” te houden. De rest was beschikbaar om tegen rente uit te lenen.
De goudsmid schreef nu tickets uit als lening en hij deed goede zaken. Maar voor ieder lening werd er eigenlijk een ticket gecreëerd zonder dat de tegenwaarde aan goud aanwezig was.
Hoe meer er geleend werd, hoe meer “geld” er in omloop kwam. Maar de hoeveelheid goud was niet veranderd. Het geld dat op deze manier in omloop kwam was eerder virtueel geld. Schuldpapier en geld waren plots hetzelfde.
Maar een aantal aandachtige en kritische burgers zagen meer en meer “geld” circuleren en werden wantrouwig. Zou de goudsmid wel voldoende goud in de kluis hebben liggen voor al die extra biljetten die circuleren? Ze namen het zekere voor het onzekere en ruilden hun eigen tickets om naar goud.
Hier had de goudsmid niet op gerekend. Een groot aantal mensen kwamen op hetzelfde moment hun goud ophalen waardoor hij door zijn reserves goud heen dreigde te raken. Er ontstond een bankrun. De eerste in de geschiedenis. Maar
helaas niet de laatste.
De goudsmid moest met schaamrood op de wangen toegeven dat hij veel meer biljetten had uitgeschreven dan er als tegenwaarde goud aanwezig was bij hem.
Mensen die met biljetten in handen zaten, beseften plots dat deze biljetten waardeloos waren. Hun rijkdom was een illusie.
Indien je geschokt bent door de roekeloosheid van de goudsmid, heb ik slecht nieuws voor je. Het huidige banksysteem is identiek hetzelfde.
Het werkt zo.
Er is een beperkte hoeveelheid basisgeld, bestaande uit biljetten en munten uit omloop en de reserves die banken plaatsen bij de centrale bank. Dit is de “monetary base”.
Ik kan dit best verduidelijken met een voorbeeld. Je zit op een eiland met 100 andere bewoners en iedereen bezit 1.000 euro aan biljetten.
Er is ook een bank op het eiland met 10.000 euro eigen vermogen. Inwoners hebben de mogelijkheid om hun biljetten naar de bank te brengen. In ruil krijgen zij jaarlijks interest en blijft hun geld veilig.
Negentig inwoners brengen hun 1.000 euro naar de bank en parkeren het op een spaarrekening. De bank heeft nu 90.000 euro in bewaring. Men houdt 10% van het bedrag liquide voor het geval spaarders een deel van hun tegoeden opnemen. De rest (81.000 euro) is beschikbaar voor leningen.
De 81.000 euro wordt uitgeleend aan 9 inwoners van het eiland. Zij zijn actief in de landbouw en kopen er werktuigen mee om het land te bewerken.
Deze 81.000 euro komt in handen van andere bewoners van het eiland die deze werktuigen produceren. Zij brengen het geld dat ze verdiend hebben opnieuw naar de bank.
De bank heeft nu 171.000 euro aan deposito’s uitstaan. De initiële 90.000 euro die inwoners deponeerden en de 81.000 euro die zopas verdiend werd met de productie van werktuigen.
Op het eiland is de geldhoeveelheid nu gestegen naar 190.000 euro. Dit bestaat uit 10.000 euro eigen vermogen van de bank, 9.000 uit reserves en 171.000 euro aan spaardeposito’s.
De inwoners rekenen zich rijk. Zij bezitten plots 171.000 euro. Tenminste dat is het geld dat zij op spaarrekeningen hebben staan bij de bank.
De bank heeft nu echter 81.000 euro vers geld binnen gekregen waarvan men opnieuw 10% in reserve zal houden. De overige 72.900 euro kan weer worden uitgeleend. Dit bedrag zal uiteindelijk weer in handen komen van andere inwoners van het eiland.
Deze 72.900 euro zal uiteindelijk weer terechtkomen bij de bank … die 10% reserveert … en de rest weer uitleent.
En zo gaat het maar door en door. Uiteindelijk zal er voor iedere euro basisgeld voor ongeveer 10 euro aan leningen verstrekt worden.
Banken creëren eigenlijk geld door het verstrekken van leningen. Iedere keer dat er een lening wordt uitgeschreven, stijgt de geldhoeveelheid.
Het geld dat mensen op spaarrekeningen hebben staan zwelt aan maar de hoeveelheid basisgeld is nog altijd dezelfde. Je kan je afvragen of geld op een spaarrekening eigenlijk wel geld is? Strikt genomen niet. Het is een lening aan de bank. Net zoals in de tijd van de goudsmid “tickets” geen alternatief waren voor goud.
De lijn tussen geld en schulden is heel dun in het financieel systeem zoals we dat vandaag kennen. Het is systeem van het fractioneel bankieren waarbij banken slechts verplicht zijn om een beperkt deel van de tegoeden liquide te houden.
Mensen denken dat ze hun geld altijd weer kunnen ophalen bij de bank maar de waarheid is dat de bank hun geld heeft uitgeleend. Wanneer teveel mensen gelijktijdig hun geld ophalen, ontstaat er een bankrun waarbij niemand meer aan zijn geld kan.




