Het verhaal achter de schulden
Overheidsschuld alleen vertelt niet het hele verhaal in de schuldencrisis. De schuldenberg in de private sector speelt ook een groot belang.
In 2007 had Ierland een netto overheidsschuld (overheidsschuld – financiële actieva en buitenlandse reserves) van slechts 11%, Duistland zat in de Europese middenmoot en Italië aan de top.
Toch was Ierland een van de eerste slachtoffers van de kredietcrisis terwijl Duitsland het nog steeds goed doet en de schuldengraad van Italië slechts lichtjes steeg.
Ierland had een schuldengraad van 241% van het BBP in de private sector. Veel schulden werden gemaakt voor de boomende vastgoedsector. Ierland had meer dan 300.000 huizen op overschot, een massa voor dergelijke bevolking. De Ierse overheid had dan ook sterk zijn schulden afgebouwd, waardoor de schulden in de private sector explodeerde. Sinds de bankencrisis in Ierland toeslag is het nu de overheid die de schulden op zich heeft genomen. De schulden in de private sector zijn al met 40 % gedaald.
Het is dan ook de kunst voor de overheden om hun eigen schuld af te bouwen maar tegelijkertijd ervoor te zorgen dat de schulden in de private sector niet de pan uit swingen.
Het gaat ook om de verandering in de financiële verhoudingen. De economische groei in een aantal landen vertraagde in de afgelopen jaren omdat de financiële verhoudingen in redelijk tempo verbeterde. Dat impliceert een snelle afbouw en dat gaat ten koste van bestedingen. In landen, waar de noodzaak voor verdere afbouw groot blijft, daar zal de groei traag blijven. Verbeteren de verhoudingen, dan vermindert de negatieve invloed van de private sector op de economische groei.
Landen als de VS en het Verenigd Koninkrijk zijn ongeveer halfweg in hun streven de schuld terug te brengen naar het langjarig gemiddelde, gecorrigeerd voor de schuldexplosie in de afgelopen 10 jaar. Landen als Noorwegen en Zweden hebben het proces nagenoeg voltooid. Voor de schuldenlanden in de periferie is dit nog en brug te ver. Daar heeft het aanpassingsproces nog een lange weg te gaan.
Bronnen: nytimes - de kritische belegger
De verdeling van de overheidsschulden
In Amerika is 47% van de $ 14,7 triljoen schuld in handen van de overheid en de Federal Reserve, 22% is in handen van buitenlandse Centrale Banken. 69% is dus in handen van niet-marktpartijen.
De Griekse staatsschuld is voor 65 % in handen van niet-residentieel (= E.C.B.).
De Portugese staatsschuld is voor 63 % in handen van niet-residentieel (=E.C.B.).
De Ierse staatsschuld is voor 83% in handen van niet-residentieel (= E.C.B.).
De Britse staatsschuld is voor 20% in handen van de Bank of England en voor 24 % van niet-residentieel. Samen dus 44% in handen van niet-marktpartijen.
Klik hier voor een grafische indeling >>
Lange lage economische groei
De Westerse landen staan voor een lange periode van lage economische groei, of zoals John Mauldin het noemt “muddle through economy”. De voortdurende instroom naar staatspapier van bijvoorbeeld Duitsland en Amerika duidt erop dat de obligatiemarkten een lange periode van lage groei incalculeren.
Een lage couponrente in combinatie met een hogere inflatie is echter nefast voor onze koopkracht. Een dalende koopkracht voor de burgers en een stijgende overheidsschuld is iets wat je een slechte cocktail kan noemen.
Carmen Reinhart en Ken Rogoff schreven in hun boek ‘This time is different’ het volgende: De reële waarde van overheidsschuld explodeert in de nasleep van zware financiële crisissen. De hoofdoorzaak is meestal niet de vaak geciteerde kostprijs om banken te redden. Wél de ineenstorting van belastinginkomsten in de nasleep van een lange economische krimp.
Schulden worden kanker
Volgens Stephen Cecchettie en zijn team van BIS (Bank of International Settlements, de Centrale Bank van alle Centrale Banken) is het schuldprobleem groter dan eerst gedacht.
Uit een onderzoek blijkt het kantelpunt van schuldopbouw te liggen als de overheidsschuld 80 to 100 % van het BBP bedraagt, 90% van het BBP bij bedrijven en 85% van het BBP bij de gezinnen.
De totale gecombineerde schuld (overheid + bedrijven + gezinnen) van de Westerse landen steeg van 165% in 1980 tot 310 % vandaag, dus bijna een verdubbeling van de schulden. Dergelijke schuldenlast is nog nooit gezien, behalve in tijden van oorlog.
Enkele mythe’s ontkracht
John Defeo van TheStreet.com schreef een artikel waarin enkele mythe’s ontkracht worden. Amerikaanse politici wil de bevolking iets wijsmaken om hun eigen vel te redden.
Quantitative Easing helpt de economie
Quantitative Easing helpt de bankiers en niemand anders. Hoe gaat dit spelletje in zijn werk:
De Amerikaanse Treasury Bonds zijn in principe verplichtingen om in de toekomst bepaalde bedragen te betalen aan diegene die deze obligatie koopt. In dit geval gebeurt de betaling in dollars.
Een dollar is in principe een papier dat men kan inruilen tegen goederen en diensten.
Als de FED deze Treasury Bonds rechtstreeks van de overheid zou kopen, creëert men nu dollars in ruil voor een toekomstige verplichting. Dit zou tot inflatie leiden wanneer de creatie van het geld sneller gaat dan de creatie van goederen en diensten. Maar de FED koopt geen Treasury Bonds van de overheid, maar van de banken! Banken kopen obligaties van de overheid en verkopen deze (uiteraard met een kleine winst) door aan de FED. ZeroHedge noemt dit spel “Flip That Bond”. Dit geeft de banken een Free Trading Fee met inflatoire gevolgen op goederen zoals olie en voedsel.
President Obama is de vijand van Wall Street
Tijdens zijn presidentscampagne viel Obama zwaar uit naar diegene die tegen de Glass-Steagall wet waren. (Dit is een wet die ervoor zorgde dat banken geen Hedge Fund meer kunnen spelen).
De 2 die voor de banken onderhandelde waren Gene Sperling en Larry Summers. Zij zijn ook diegene die miljoenen verdienen aan consultancy fees bij de grote Amerikaanse banken.
Zij zijn ook de 2 aangestelde economische topadviseurs van,… Barack Obama.



